Tranen gelachen, onnozel gedaan

Apart eigenlijk.

Ouders waar je normaal mee op het schoolplein staat, waar je netjes ‘goedemorgen’ en ‘prettig weekend’ tegen zegt, staan opeens medium drunk (een enkeling well done) naast je bij de één of andere wijnbar. “Goh, ben jij nou de moeder van Annabel?” lispelt een vader. “Zullen we een sigaretje bietsen?” giechelt een moeder.

Zelf had ik hier een daar een wijntje overgeslagen. En veel water gedronken. Verstandig, zo ontdekte ik, want in tegenstelling tot de meeste andere feestgangers kon ik mezelf nog prima volgen. Ik wist zelfs nog op welke momenten ik beter mijn mond kon houden. (“Weet je wie er allemaal in scheiding liggen?”)

De avond was een afspiegeling van mijn leven. Oude vrienden, van lagere school tot nu, passeerden de revue. Vage bekenden, een enkele ex, mensen die ik liever niet zag, van alles schoof voorbij. Uit een kroeg klonk ‘Tranen gelachen’ van Guus Meeuwis, ze hadden de plaat niet beter kunnen kiezen. Vriendin C. stond verderop te praten. Paul was verdwenen. Ik lachte om iemand maar ik wist eigenlijk niet eens om wie.

Met een film in mijn hoofd ga ik naar bed. Herinneringen van toen en gedachten over nu. Oude vrienden. Grappen. Ouders. Nieuwe vrienden, oude bekenden. Op avonden als deze kruiste alles elkaar en liepen verleden en heden door elkaar heen. Alsof het patroon van mijn leven plots was veranderd in een stof met Schotse ruitjes.

In mijn hoofd ging de muziek van Guus door. Voor mij: muziek van toen en muziek van nu. “Ik heb tranen gelachen, Onnozel gedaan en tenslotte tevreden het licht uit gedaan.”

Af en toe heb je avonden als deze gewoon nodig. Hoe oud je ook bent.