Druk druk druk

Ik ben druk.

Druk op een jachtige manier. Op een vermoeiende manier. En mijn probleem met druk zijn is dat ik het altijd pas besef als het woordje ‘te’ om de hoek komt kijken. En dan ga ik vluchten. Doorgaans in nog meer drukte.

Ik heb al een paar avonden achter elkaar afspraken. En natuurlijk wil ik leuke dingen doen met de kinderen. Ik hol uit mijn werk van de kinderboerderij naar een ecologisch verantwoorde pluktuin. En dan nog even snel naar de winkel want als er ’s avonds visite komt moet er wel iets lekkers zijn. Ondertussen pomp ik het tuinbadje op.

En nu ben ik net terug van een dagje met een oude vriendin. Afgesproken bij mijn ouders, vroeg vertrokken en laat weer terug. Gezellig, maar druk. Socializen, ondertussen bedenken hoe ik alles morgen ga plannen, want dan hebben we een pretparkdate.

Een opeens, als de visite weg is, lig ik bij mijn ouders op de bank te slapen. “Nog vijf vakantieweken te gaan,” zegt mijn vader. Mijn moeder zet een kopje koffie voor me neer.

Vanaf nu doe ik het rustiger aan. Help me herinneren.