Verdrietig

Niet leuk. Echt níet leuk.

Er is zoveel om over te schrijven. Het prachtige herfstweer, het circus van gistermiddag, mijn vaders verjaardag. Genoeg leuks om ettelijke logjes mee te vullen. Maar daar gaat het vandaag niet over. Vandaag zijn er andere dingen.

Tuffy is weg. Gistermiddag, de buitendeur stond op een kier, renden de kinderen naar buiten terwijl ik de keuken was. Tuffy was los en vloog ze achterna. Ik rende naar buiten en zag hem gaan. Hoopte dat hij gewoon in een boom zou gaan zitten. Maar hij vloog hoger en hoger. Tot hij nog maar een stipje was aan de blauwe lucht.

Daar stond ik dan op straat. Met twee hysterische huilende kinderen. Hoog boven ons hoorde ik Tuffy paniekerig fluiten (dat beest snapte er niets van natuurlijk) we riepen “TUFFY” “TUFFY” om het hardst. Maar het hielp niet. Al snel was hij uit ons gezicht verdwenen.

Wat volgde was chaos. Wat moest ik nu doen? Mijn eerste impuls was in de auto springen en hem gaan zoeken. Maar hoe vind je een speld in een hooiberg? Logischer leek me de vogelopvang te bellen. De verwezen me door naar stichting Amivedie waar alle vermiste en gevonden huisdieren geregistreerd worden.

Mijn broer maakte briefjes voor de supermarkt en om door deuren te doen. ’s Avonds toen Annabel sliep ging ik met Lizzy de straat op. Tuffy verdween in alle brievenbussen en hangt nu op heel veel bomen. Je moet wát proberen. “Ik wou dat het maar een droom was,” zei Lizzy steeds. “Dat ik wakker werd en dat Tuffy er dan nog was.”

Lizzy kon uiteindelijk niet slapen. Ze schrok steeds wakker, had nachtmerries en moest dan hard om haar parkietje huilen. Uiteindelijk sliepen we met z’n allen in het grote bed. Vanochtend toen ik beneden kwam was het eerste wat ik zag de lege kooi.

Niet leuk. Echt níet leuk.

MeDobbels

Zat ik vanmorgen toch wéér in het zwembad!

Dit keer met Annabel. Voor haar eerste echte ‘zwemles’. Dat vond die kleine trekpop wel mooi! Haar zus daarentegen was minder blij. Waarom mocht zij het water niet in? Om de gemoederen wat tot bedaren te brengen, deed ik hen een voorstel. We zouden ’s avonds naar de McDonalds gaan. Als beide dames zich overdag zouden gedragen.

Aldus reed ik tegen zessen het grote parkeerterrein op. “Is dat de MeDobbels?” vroeg Lizzy. Ze wees op de felgekleurde speeltoestellen. Ik knikte. “Maar eerst even bestellen.” Even. Niet even dus. Opstellen in rijen van vier. En zie dan AD en HD maar eens bij je in de buurt te houden.

Een goed half uur later plofte Unhappy Mom met twee Happy Meals in een stoel. Zonder Happy Kids; die hadden zich inmiddels in de één of andere pvc-buis verschanst. Ik at een frietje. En nog een. Ik nam een slokje fristi. Af en toe wapperde Liz voorbij, gevolgd door een hobbelend Belletje. Ik nam een stukje van de hamburger.

Drie kwartier later zaten we weer in de auto. “Vonden jullie het leuk?” riep ik richting de achterbank. “Ja,” luidde het antwoord. “Heel leuk! Maar nu heb ik wel honger!”

Honger?

Hoe kon dat nou?

Burp.