En wat doen we vanavond?

De kinderen zijn uit logeren.

Handig, want hoe gezellig die lange schoolvakantie ook is, Paul en ik moeten gewoon werken. En juist rond deze tijd hebben wij het altijd erg druk. Paul boekt nog snel een reisje om een project af te kunnen ronden, ik moet vooruitwerken én overdragen, we komen tijd te kort.

Wat doen we vanavond?

Maar – zoals ik al zei – de kinderen zijn  bij oma, dus dat biedt perspectief. Einde van de middag beginnen we met mailen en appen. Wat zullen we doen? De hele avond ligt voor ons, het is heerlijk weer! We besluiten een hapje te gaan eten bij ons favoriete restaurantje. Direct uit het werk fietsen we de stad in. Nog nahijgend van de drukke dag bestellen we een borrel.

Effe de stad in

De volgende dag gaan we wederom de stad in. We moeten nog wat kopen voor de vakantie en eigenlijk wil ik even kijken voor een nieuwe zonnebril. Na een uitputtende shopsessie (warm!) belanden we weer op het terras alwaar we snel een pizza bestelen. En een biertje. En nog een. Heerlijk hoor, maar ik ben kapot als we naar huis gaan.

Dag drie

Het is inmiddels dag drie en we zitten op de bank. “Wat gaan we doen?” vraag ik. Paul zucht. Zegt dat hij doodop is. Maar dat als ik graag iets wil gaan doen, dat hij natuurlijk meegaat. Filmpje? Naar vrienden? Stuk fietsen? Ik kijk eens om me heen. Rust. Schoon & opgeruimd huis want ik heb óók nog als een bezetene lopen poetsen. Wijntje in de koelkast en ingrediënten om een lekkere salade te maken in de koelkast.

“Eigenlijk”, zeg ik, “zit ik wel lekker, hier op de bank.”

We doen die avond helemaal niets. Zalig.

Dat voorspelt weinig goeds!

2009 is het jaar van de os.

En dat komt mooi uit want ik ben een os. Nou heb ik het normaal niet zo op koosnaampjes maar dít gaat over de Chinese kalender. En die is al héél oud.

Paul is een hond. Dat klinkt niet zo aardig maar dat heb ik natuurlijk ook niet zelf bedacht. Weer de Chinezen. Dus dan is het anders, dan mag ik best zeggen dat mijn man een hond is.

En nou stond er onlangs een heel leuk artikel in De Telegraaf. Over alle dieren van de Chinese kalender en wat het nieuwe jaar hen zou brengen. Hartstikke interessant natuurlijk, zeker als het in De Telegraaf staat.

Met mijn jaar zou het wel goed komen. Althans, op het gebied van mijn idealen. Want, zo voorspelde een heel beroemde Chinese meneer (uit Den Haag), ossen uit 1973 konden, mits ze hard werkten, hun idealen verwezenlijken. Helaas stond mijn liefdesleven er wat minder goed voor. “Stroef,” stond er geloof ik.

Maar dan die hond. Die ging het binnen het bestaande gezin voor de wind! Harmonie, geluk, eensgezindheid, van alles werd er geroepen. De relatie zou floreren. “Een goed jaar om te trouwen,” stond er in het stukje. Welja. Trouwen.

Dus nu ben ik boos. Op die hond. Wat denkt hij wel!? Beetje over trouwen gaan lopen zwetsen als het bij mij allemaal zo stroef verloopt. Met een aanzoek komen als ík net druk bezig ben mijn idealen te verwezenlijken. Nogal egoïstisch, he? Echt weer een man hoor, totáál geen begrip voor de gevoelens van een vrouw.

Nee, ik begrijp dat woord ‘stroef’ in mijn horoscoop prima. Goed dat ik het gelezen heb.

En hier is het laatste woord dan ook nog niet over gesproken!

http://www.astrologie.ws/chinast.htm

De kist

Onze witgeschilderde kast is een groot succes.

En succes smaakt naar meer. Zo werkt het nou eenmaal; ben je van de ene ergernis af, valt de andere opeens meer op. Nu de ene kant van de kamer helemaal naar mijn zin was, het oogt veel ruimer, moest ook het speelhoekje van de kinderen er aan geloven.

En dus stuurde ik Paul marktplaats op om een houten kist te zoeken. (Hier is zó verdeeld dat ik degene ben die het fysieke shoppen doet en Paul het digitale.) Al snel vond hij een mooie kist. Eikenhout, goed te schilderen (wit natuurlijk) en groot genoeg voor een heleboel speelgoed.

Gisteravond ging hij hem halen. De kist stond in de hal van een enorm huis. “Het is een prachtige kist,” zei de oude baas die de kist van de hand deed. Hij had een beetje melancholiek geklonken. “Groot genoeg om van alles in op te bergen.” Paul had geknikt en verteld over het kinderspeelgoed. “Ja,” bevestigde de oude man. “Je kunt er écht van alles mee.” Paul vertelde later dat de oude baas een beetje triest naar de kist had gekeken. “Je kunt er zelfs in gaan liggen als het einde nadert,” had hij gezegd.

“Er viel een stilte,” zo vertelde Paul later. “Waarna de oude man zijn keel schraapte en grinnikte. Hij gaf me een knipoogde en zei: ‘Maar ja, het is mijn smaak niet.’”