Ik heb er zelf steeds minder van

Als financieel adviseur weet ik best veel van geld (al zeg ik het zelf), toch heb ik er zelf steeds minder van.

 

Ik werk nog maar weinig uren in loondienst. Meer en meer ben ik zelfstandig ondernemer/tekstschrijver. Steeds vaker vinden lezers (en opdrachtgevers) hun weg naar mijn website. Geweldig! Maar ondertussen heb ik mijn eigen (financiële) adviezen harder nodig dan ooit! Het één betaalt nou eenmaal beter dan het ander en het zijn lastige tijden.

pin

De recessie duurt voort. De Nederlandse economie is in het tweede kwartaal gekrompen met 0,2 procent ten opzichte van de eerste drie maanden van dit jaar. Vers van nu.nl. Natuurlijk, er zijn altijd nog mensen die geen krimp geven, maar ik hoor daar niet (meer) bij.

Snipperdag opnemen?

Onlangs heb ik onze hypotheek bij een andere bank ondergebracht. Als de rente vervalt loont shoppen, dat is maar weer bewezen! Ook heb ik een paar goede doelen de deur uit gedaan (vanaf nu ben ik mijn eigen goede doel) en ik heb de bezem door het verzekeringspakket gehaald. (Bekijk het positief: als je minder bezit, hoef je ook minder te verzekeren). Een ‘snipperdag’ opnemen om je afschrijvingen door te lopen verdient zich zo al snel terug.

De financieel adviseur bezuinigt!

Ja, ik bezuinig. Net als heel veel mensen. Soms is dat balen. De keuken moet wachten. Ik heb de hulp opgezegd en ik ga niet meer naar mijn favoriete sport- en lijnclubje. Toch, zolang ik mijn huis nog kan betalen en fatsoenlijk kan koken, hoor je mij niet klagen. Sterker nog, de crisis maakt me op een bepaalde manier bewust van mezelf. Van wat ik koop, wat ik doe en wat ik verbruik. Het kan allemaal best eens wat minder.

Money, money, money

En het zal niet altijd zo blijven, daar ben ik van overtuigd. Morgen wordt het beter, precies zoals in het liedje. Volgens DNB (De Nederlandse Bank) gaat de economie in 2014 groeien door een aantrekkende wereldhandel. In 2015 gaan de huizenprijzen weer stijgen en zal de werkloosheid dalen. Het komt goed, aldus de optimist.

En in de tussentijd? Gewoon doorgaan met ademhalen. En verstandige keuzes maken. Non blaterare sed polire. Niet lullen, maar poetsen! (En bloggen, natuurlijk.)

Meer lezen? Op www.esthervuijsters.nl staat een leuk reisverslag van onze vakantie naar de Ardeche!

Een nieuw jaar….


Op één januari was ik strontverkouden, had ik last van mijn rug en moest kon ik weinig positiefs (over mezelf) bedenken. Dat heb ik soms. Het enige dat dan helpt is binnenblijven. En dat was ook het enige dat ik kón doen. Met al die regen.

Ik vond dat – al met al – het jaar niet fantastisch was begonnen. Ik miste de gezellige drukte van december, ik was moe van de verkoudheid en ik had al helemaal geen zin om weer te gaan werken.
Daarbij kwam dat er nog steeds weinig te melden was over mijn boek – werkelijk, een Russisch vijfjarenplan is er niets bij -, ging er een paar mooie laarzen aan mijn neus voorbij en dreigde er een flink financieël probleem vanwege een verkeerd uitgevoerde interne boeking van mijn hypotheekverstrekker.

Gelukkig lijkt het tij sinds gisteren te keren (en dan bedoel ik niet het tij in Groningen… al lijkt dat ook te keren, gelukkig). We hebben een vakantie geboekt in Zuid-Frankrijk (dit jaar wordt het wildwaterkanoën op de Verdon), mijn geld is teruggestort, de verkoudheid is op z’n retour en vanochtend heb ik eindelijk leuke laarzen gevonden. Oké, met betrekking tot mijn boek ben ik nog niet bepaald optimistisch maar er is leuk nieuws over mijn column in AssurantieMagazine en as we speak zit ik de vragen te beantwoorden voor een ‘echt Esther’ interview. Altijd leuk.

Kortom, ik lach weer en ik schrijf vrolijk verder. Wat 2012 allemaal gaat brengen, ik weet het niet maar het voelt alsof ik de eerste slag al heb gewonnen. Het voelt goed en het komt goed, dat is mijn instelling voor 2012.

Nu alleen nog even tien kilo afvallen.

Zomaar een vraag


Annabel en haar nieuwe vriendinnetje spelen samen met de playmobil.

Het is voor het eerst dat het meisje hier is komen spelen en ze hebben – op de grond, onder de kerstboom – een kerststal gemaakt. Daarnaast wordt gewerkt aan een dierentuin en een speelpark. De meisjes gaan helemaal op in hun spel en over alles wordt vergaderd.

“Hier komt de zweefmolen, de baby’s mogen er niet in.”
“Nee, die kunnen in het zwembad.”
“Is dat niet te koud nu?”
“Nee, hier is het zomer.”

Soms praat er ook een poppetje. Dan zegt één van de figuurtjes opeens dat hij wil slapen en dan wordt hij subiet door een van de twee meisjes in bed gestopt. Er is ook een poppetje dat straf heeft, die staat in de hoek.

Tuffy vindt het, net als ik, reuze gezellig in de woonkamer. Op geheel eigen wijze draagt hij bij aan de kerstsfeer door enthousiast Jingle Bells te fluiten. Hoe harder de meisjes gaan praten, hoe luidruchtiger de parkiet wordt. Uiteindelijk fluit hij aan één stuk door terwijl hij ondertussen wild rondfladdert.

Ik zie het vriendinnetje een beetje onrustig worden en ineens – Tuffy heeft net een flink schelle sonate gefloten – kijkt het meisje geïrriteerd op van haar spel. Ze was halverwege een zin en blijkbaar is ze ergens de draad kwijt geraakt. Eerst kijkt ze naar Tuffy en dan naar Annabel. En dan weer naar Tuffy.
“Annabel,” zegt ze streng. “Kan die vogel ook úit?!”

Viooltjes in de regen

Mijn viooltjes staan er wat treurig bij.

Felle kleuren in de regen: ik word er altijd een beetje triest van. Vandaag is de overtreffende trap van gisteren; de motregen heeft plaatsgemaakt voor een hoosbui. Het huis hangt vol met oranje vlaggetjes en op de kast staan sinds vanmorgen tulpen in allerlei kleuren.

Paul is met de kinderen boodschappen doen. Ze gaan waterijs kopen. Als kinderen eenmaal besluiten dat het zomer is, dan is het zomer. Hoeveel regen er ook valt. Tuffy, de valkparkiet, vliegt los en landt op mijn schouder. Hij wil me een kusje geven. Ik vind hem echt een schatje. Behalve als hij ’s ochtends keihard gaat fluiten.
“Pas op of ik haal mijn buks,” zegt Paul dan. Maar dat meent hij natuurlijk niet hoor.

Vanavond gaan we uiteten.
Met mijn schoonouders. Daar heb ik zin in want we gaan voor de spareribs. Ik hou heel erg van spareribs. En van mijn schoonouders. De kinderen gaan ook mee, die zijn helemaal opgewonden omdat ze ‘naar een echt restaurant’ gaan. “Kluifjes eten,” zegt Annabel. Zo leuk. Hun enthousiasme maakt me blij en geeft me een vlinderig gevoel.

Afijn, je zult het al wel gemerkt hebben, ik heb niets te vertellen vandaag. Dit stukje is slechts een weergave van een gewone ochtend in een doorsnee huis. Verdrietige bloemen maar een zonnig hart. Maar haar is nog nat van de douche en het ruikt zo lekker. Er is niet altijd veel voor nodig om blij te zijn. Zoals ik laatst ergens las:

Taste life, it’s delicous.

De Paasnacht

Dit zou echt werken, we wisten het zeker.

Na zo ongeveer alles geprobeerd te hebben (van slaapschema’s tot rustgevende muziek, van dromenvangers tot geluksboekjes) zou een hoogslaper wél werken. Zusje had er al een, Lizzy wilde er graag een en wij vonden onderhand álles een goed idee.

Bij Ikea kochten we een hoogslaper “Kura”. (Dat bleek Zweeds voor ‘kuren’, Paul deed er vier uur over om het geval in elkaar te krijgen. Op een gegeven moment dacht ik echt dat hij het meubel in stukken zou hakken, ritueel zou verbranden om zich vervolgens met de as te laten tatoeren: ‘I hate Ikea’) Maar het lukte.
Helemaal gelukkig brachten de meiden de gehele zaterdag boven door.

Toen de avond viel werd het spannend. Ik zag het. Ik zag aan Lizzy’s gespannen gezichtje. Nu ‘moest’ ze.

“Ga jij bij mij slapen?” vroeg ze aan Annabel.
“Goed hoor.”
“Dan slaap je onder mijn bed.”
“Prima.”
“En als ik niet kan slapen, kom je dan in mijn bed?”
“Ja.”

Die avond gingen ze samen naar boven. Binnen vijf minuten lag Annabel bij Lizzy in bed. Binnen tien minuten sliep Annabel en binnen vijftien minuten stond Lizzy weer beneden.

“Ik kan niet slapen, Annabel ligt overdwars in mijn bed en ze snurkt heel hard.”

Afijn. We legden Annabel weer terug op haar eigen matras, onder de hoogslaper, en Liz ging weer ‘proberen’ om te slapen. Zonder succes. Te heet, te koud. Te donker, te licht. Om half elf sliep ze. In óns bed. “Ach,” zei Paul. “Zo’n eerste avond is altijd spannend.”
Zuchtend schonk ik nog een glas wijn in.

Zo slecht als de nacht ging, zo soepel ging het opstaan. Voor dag en dauw en uitzonderlijk vroeg.
‘Raar hè,” zei Paul. “Na zo’n nacht.”
Ik knikte. Tegelijkertijd wist ik het wel.

Het was iets van Pasen.
Dat opstaan.

Lastige kwesties (1)

Vandaag wil ik het hebben over (de problematiek rond) het zebrapad.

Lastige dingen. Zebrapaden. Vooral omdat ik nooit goed weet hoe ik ze moet oversteken. “Is toch niets aan?!” hoor ik je denken. “Gewoon de strepen volgen.” Ja. Maar de psychologische druk van de die strepen is gróót. En dat maakt oversteken op een zebrapad een buitengewoon complexe aangelegenheid.

Het begint al wanneer je het zebrapad nadert. Op de één of andere manier zal je de automobilisten duidelijk moeten maken dat je wilt oversteken. Veruit de beste manier om dit te doen is doelbewust op het zebrapad af te stappen en tegelijk de blik van de automobilist te vangen. Pas echter wel op. Een onderzoekende blik komt vaak agressief over. Vooral moeders met (kleine) kinderen hebben nog wel eens de neiging tot vooroordelen. Die kijken al kwaad voordat de automobilist ze überhaupt gezien heeft. Tref je een verkeerde automobilist (die te laat is voor een afspraak) dan kan een verkeerde blik tot visuele oorlog leiden. Op zo’n moment wordt het zebrapad gevaarlijk.

Wanneer je gereed staat om over te steken zijn er twee mogelijkheden; de naderende auto stopt of de naderende auto rijdt door. In het laatste geval kan je de auto boos nakijken maar daar win je verder niets mee. Concentreer je dus op het eerste geval; de auto stopt. Dan zal je moeten gaan nadenken over hóe (en vooral, in welk témpo) je gaat oversteken. Voor die gedachte heb je precies drie seconden. Daarna raakt de automobilist geïrriteerd en begint te toeteren. Persoonlijk heb ik altijd sterk de neiging om op een holletje naar de overkant te gaan. Dit om de automobilist niet teveel te hinderen. Ik weet echter uit ervaring (ik zit ook wel eens achter het stuur) dat zoiets er compleet debiel uitziet. Vooral als het holletje gepaard gaat met zo’n verontschuldigend (glim)lachje. Niet doen dus.

Maar. Gewoon rústig oversteken is best lastig. De automobilist volgt je met zijn ogen (dat recht hebben automobilisten op de één of andere manier) en probeer dan maar eens ontspannen te lopen. (Ik moet altijd mijn uiterste best doen om nonchalant en met een air van ‘doet me niks’ over te steken.) En al die tijd dat ik dan met samengeknepen billen over dat zebrapad hobbel, zit die automobilist naar me te staren. Sommige mensen reageren hierop door extra langzaam te gaan lopen. Niet doen. Als je de automobilist tegenkomt in een volgend leven krijg je er alsnog ruzie om. Vaak helpt het om je op de strepen van het zebrapad te concentreren. Waak er echter wél voor dat je niet gaat streephoppen. (“Ik mag alleen op wit. Als ik op zwart stap, gebeurt er iets ergs.’”) Je komt dan over als een gestresste dwangneuroot en dat is erger dan het holletje.

Halverwege het zebrapad sta je voor een nieuw dilemma; ga je de automobilist groeten (en bedanken) of blijf je strak naar de grond kijken. Naar de grond kijken is veilig, maar erg nederig. De vraag is of je zo wil overkomen. Kijk je de automobilist aan zonder te groeten, dan is dat arrogant. Ik doe meestal iets dat hier tussenin zit. Eerst strak naar de grond kijken vlak voor ik aan de overkant ben een snel knikje met een lach. Hij heeft me tenslotte niet platgereden en dat is best aardig van hem. Een hand opsteken doe ik nooit. Ik vind dat nogal overdreven. Ik heb niet met hem geknikkerd.

Eenmaal aan de overkant moet ik altijd even bijkomen. Ik zet mijn handen op mijn knieën en adem diep in. Achter me raast het verkeer door.

Zouden hier zelfhulpboeken voor bestaan?

Updateweek; mijn gezondheid

Tja, wat zal ik er van zeggen.

Met mijn gezondheid gaat het goed.
Ik ben alleen aan het voorjaar toe. Ik vind mezelf zo bleekjes, ik heb pukkels, ben een paar kilo zwaarder. Maar dat zijn uiterlijke zaken, échte gezondheid zit van binnen.

En van binnen zit het goed. Denk ik.
Je weet het nooit zeker. Hoor je weer zo’n verhaal van een kerngezonde man of vrouw die binnen een paar maanden gewoon wordt opgegeven. Dat kan ons allemaal gebeuren en dat vind ik behoorlijk eng. Dan maak ik me zorgen. Om mezelf maar ook vooral over mensen in mijn omgeving.

Wat de reuma betreft; die houdt zich rustig. Laatst die lamme vlerk, maar daarvoor een jaar geen last. En ik weet nu dat zo’n aanval redelijk snel weer over is. Dat maakt het niet minder pijnlijk maar wel minder bedreigend. Prima mee te leven dus. En laatst zijn er nog foto’s gemaakt, daar heb ik over geblogd, van borsten en longen, die waren allemaal goed. Kortom, niets te klagen.

Dat doe ik natuurlijk wel. Klagen. Iedereen heeft wel wat te klagen, toch? Ik ben harstikke moe, al weken. Zoals ik al zei, ik ben toe aan het voorjaar.

Hij komt, hij komt, de lieve goede Sint

Zoals altijd worden ouders en kinderen overspoeld met Sinterklaas prullaria, wenslijstjes en bergen met snoepgoed. Aangezien wij zuinig zijn op onze lezeressen en het te vroeg is om te stressen (de kerst moet ook nog komen) scheppen wij vast orde in de chaos en verklappen wij de beste Sinterklaasweetjes.

Tip 1: Sinterklaas en het pakjesmysterie
Ieder jaar kunnen de kinderen weer genieten van een nieuw spannend Sinterklaasverhaal. Sinterklaas komt maanden voor de intocht alvast per Pakjes-Boeing naar Nederland om de geheime pakjesopslag te controleren. Vlak voor zijn aankomst gaat er wat mis met het vliegtuig en dreigt zijn geheime bezoek uit te lekken. Het is het begin van een opeenstapeling van pech en mysterieuze brieven en telefoontjes.

Vrouwonline sprak met de regisseur en acteurs van de Sinterklaasfilm van 2010! Bekijk ons filmpje hier

Tip 2: Fairkade
Vrouwen houden van chocolade en dus prijkt er één cadeau bovenaan het verlanglijstje: de Verkade chocolade letter. Het liefst krijgen we het hele alfabet in de smaken melk, wit, hazelnoot en puur. Maar omdat we niet te veeleisend zijn nemen we ook genoegen met “slechts” de letters uit onze eigen naam. Reden?

A) het is lekker
B) chocolade maakt gelukkig
C) de letters zijn gemaakt van Fairtrade chocolade.
Dat betekent dat de boeren in ontwikkelingslanden een goede prijs voor hun grondstoffen hebben gekregen, dat zij de kans hebben om zich te ontwikkelen en dat er aan het milieu wordt gedacht. Overtuigd?


Tip 3: Zelf gemaaktTijdens de feestdagen is alle hulp welkom moet Homemade Happiness hebben gedacht. En daar hebben ze helemaal gelijk in. De print-pakketten voor Sinterklaas maken het leven net wat makkelijker en leuker. Zo kun je “de officiële” brief van Sinterklaas bestellen (zo houd je de kinderen zoet), een schoenzetkalender (handig voor de hulppieten) en een recept plus verpakking voor ReuzePepernoten. Het werkt heel simpel: kies online een pakket, betaal digitaal en downloaden maar… Homemade Happiness

Tip 4: De week voor Sinterklaas
Wanneer begin november de stoomboot richting Nederland komt, breekt bij vrijwel alle Nederlandse kinderen een wekenlange periode aan van spanning. Zal de Sint ook bij hen langskomen? In de laatste week voor de verjaardag van Sinterklaas, als die belangrijke vijfde december nadert, is de spanning nog eens extra groot. Speciaal voor deze week schreven acht bekende Nederlanders een voorleesverhaal. Het boek is nu verkrijgbaar voor €14,95. Hier kun je hem meteen bestellen: De week voor Sinterklaas
De week voor Sinterklaas

De spannendste weken uit een kinderleven zijn daarmee weer aangebroken. Pakjesavond is in zicht…

Trainen voor betere seks!

Een voorbeeld hiervan is je bekkenbodemspier. Deze kan je erg veel plezier brengen! Als de seks bijvoorbeeld pijn doet, kun je de spier ontspannen zodat je dit gevoel niet meer hebt. Wil je de seks juist intenser maken? Dan kun je de spier aanspannen. Dit zorgt er voor dat je orgasme veel krachtiger is dan normaal!

Probeer dus als eerste uit te vinden waar je bekkenbodemspier zit. Dit kun je testen door een vinger in je vagina te brengen en dan de spier aan te spannen. Hierdoor “knijp” je met je vagina in je vinger. Als je dit kunt zonder je billen aan te spannen of je buik in te trekken, dan train je de goede spier. Op een gegeven moment kun je je vinger achterwege laten en vanzelf de spier aanspannen.

Het mooie is: je kunt dit gewoon overal ongemerkt oefenen! Probeer het eens op het toilet, aan je bureau of als je op de bank ligt. Als je de spier maar 3 seconden aanspant en daarna weer loslaat. Herhaal dit 10 tot 15 keer achter elkaar.

Het is even oefenen, maar dan heb je wel wat!