Waar is Esther I

Op de officiële opening van een nieuw pand.

Collega M. stootte me aan. “Volgens mij komt Hans Kazan zo binnen.” En inderdaad, een in het zwart gekleede illusionist schreed het podium op. Uit een paraplubak viste hij een oude krant. Deze verfrommelde hij. En toen hij vervolgens het nieuwsblad weer ontvouwde, onthulde hij een witte duif. Cool!

Zes vogels later ging hij een stapje verder. Hij liet er twee verdwijnen. Ik applaudisseerde. Als enige. “Ssstt,” stootte M. me aan. “De truc is nog niet afgelopen.” Een beetje beschaamd verstopte ik mijn handen achter mijn rug. Alsof ik daarmee het door mij geproduceerde lawaai kon wegnemen. Sukkel.

Maar M. deed zelf ook leuk mee. Bij de volgende klapsessie (vier duiven waren omgegoocheld tot een groot wit konijn), was ze zo druk aan het kletsen dat ze niet door had dat iedereen al stil was. Ze klapte werktuigelijk door. Nu was het mijn beurt om haar aan te stoten. “Je mag wel ophouden met nu,” fluisterde ik grinnikend. M. bloosde.

De voorstelling eindigde met de officiële opening van het nieuwe gebouw. De illusionist hield de vlam van een fakkel onder een lont. Het touw brandde in de vorm van een V, een zwart doek viel en onthulde een groot wit bord. ‘Geopend’ stond erop. Tegelijkertijd werden een paar pijlen met zilveren franje afgeschoten.

De camera richtte zich op het publiek dat ‘oh’ en ‘ah’ riep. En daarna op het spiksplinternieuwe plafond. Gaten! De knallers hadden er een paar gaten in geschoten! En een van de plafondpanelen hing nu met de punt naar beneden. De illusionist keek alsof hij overwoog zichzelf weg te toveren. De eigenaar keek bedremmeld omhoog. M. en ik onderdrukten een lachbui.

Over een ‘opening’ gesproken.