Wat een uitgekookte Kletsen!


Dat de Kletsen er een geheel eigen vocabulaire op na houden is onderhand wel bekend
.

Menigeen zal zich nog de ‘hooivork’ van Liz, de ‘geloofde’ van Annabel en het ‘putweer’ van de afgelopen tijd nog wel herinneren.
Maar dat de dames er een heel goede réden voor hebben om hun taalcreaties elke dag weer voor mijn voeten te gooien, dát wisten jullie nog niet.

Geeft niet.
Ik wist het zelf ook niet.
Ik dacht gewoon dat Annabel heel spontaan was, wanneer ze het over de Italiaanse griep had of wanneer ze aankondigde later balleres te willen worden. En dat ze toevallig een paar woorden door elkaar haalde als ze onder een ‘gloedhete’ douche stond of ‘een wollen plant’ (Koningskaars) zag.
En wat Liz betreft, dat was gewoon een klein taalwondertje. Vorige week nog, zei ze in bed zo schattig ‘dat ze ergens aan lag te dromen’ en dat, wanneer haar zusje medicijn moest, ik haar maar An-biotica moest geven.

Inmiddels ben ik weer een illusie armer.
Het is allemaal niet zo spontaan. Wat zeg ik, het gebeurt met voorbedachte rade!

Hoe ik dat weet? Simpel. Gisteren, tijdens een etentje bij vriendin, complimenteerde Annabel de gastvrouw met haar servies. Met name de glazen vielen in de smaak.
“Wauw,” zei ze, “coole wijnbakken!”
Het hele gezelschap moest lachen en iemand zei dat ik die uitspraak moest opschrijven.
“Ja,” zei Liz. “Wij zeggen soms zulke dingen, dat doen we omdat mamma dat zo leuk vindt.”
Annabel knikte instemmend. “Dan heeft ze weer wat te schrijven.”

Zes en acht jaar. En ik laat me nu al door ze in de luren leggen.

Fruit dan maar weer!


(Heb jij jezelf al gemeld bij de volkstelling? Ja? Super! Nee? Klik dan hier.
)

Wij zijn hier allemaal dol op fruit.

En met stip op een: de watermeloen. Elke week rollen er wel twee of drie van die groene bowlingballen langs de kassa. Heerlijk. ’s Ochtends in stukken snijden en dan uit de koelkast, koud, zoet, sappig de perfecte versnapering voor elk moment van de dag.

Het enige nadeel van een watermeloen is dat je aan de buitenkant niet kan zien hoe ‘rood’ hij van binnen is. En zo kan het gebeuren dat de watermeloen vooral naar water smaakt. En dus koop ik er vaak een paar mango’s bij. Als die rijp zijn, smaken ze altijd goed.

Een mango heeft echter weer een ander nadeel: hij hecht nogal aan zijn pit. Ik snij altijd de zijkanten keurig in blokjes (voor de kinderen) en dan kluif ik zelf de pit af. Maar een mango zit vol draadjes en als dan flink mijn tanden erin gezet heb lijkt ik wel een soort walvis: de baleinen hangen aan mijn boventanden. Niet bepaald chique.

Appels hebben geen van bovenstaande nadelen en vormen de ideale snack. Ze worden hooguit een beetje bruin maar daar is wel een oplossing voor: gewoon met schil eten, is ook beter want meer vitamines. Ik kan verder geen nadeel bedenken behalve dat ik na het eten van appel altijd enorm moet boeren, ja echt waar. (Sorry, misschien wil je dit helemaal niet weten.)

Maar altijd ‘an apple a day’ is natuurlijk wél saai. Paul, de toffe peer, zorgt voor variatie: hij heeft wat met bananen. Hij vermaalt ze tot zalige smoothies. Pauls smoothies zijn erg lekker en erg gewild: een tros bananen is hier altijd zo op. (En dat is dan toch wel weer een nadeel).

Voor de afwisseling koop ik vaak grapefruits en sinaasappels. Voor het eten doe ik dan altijd een schietgebedje: Here laat u dit fruit niet in mijn oog spuiten! Kiwi’s spuiten niet maar daarvan gaan de pitjes tussen mijn tanden zitten ik ze steevast pas na een paar uur opmerk. Aardbeien verrotten snel en ananassen zijn best een toestand om te slachten. (Maar ze zijn wel heel erg lekker.) Kersen vlekken en rode besjes zijn soms zuur. Beide zijn heerlijk in de yoghurt!

Goed, waar gaat dit stukje naar toe. Geen idee. Ik wil alleen maar zeggen dat het juiste fruit kiezen soms best lastig is. En dat fruit superlekker is. Zoals Annabel het vanochtend zo mooi zei: “Mamma, ik denk dat het leven echt minder leuk zou zijn zonder fruit!”

En zo ben ik weer terug bij mijn begin: wij zijn allemaal dol op fruit. En de appel valt niet ver van de boom.

Rode kool op maandag

Vorige week in het zwembad.

We stonden onder de douche. “Ik ben een beetje sloom,” zei ik. “Teveel gegeten. Ik had zó’n lekkere rodekoolschotel gemaakt!” “Rode kool?” riep er iemand. “Op máándag?!” Ik gluurde onder mijn afdak van shampoo door. “Ja, rode kool. Hoezo?”

“Rode kool op maandag betekent ruzie,” legde de douchebuur uit. “Ik eet nóóit rode kool op maandag, daar waarschuwde mijn moeder me al voor.” Een aantal dames knikte instemmend. Zij wisten óók van het rode-kool-op-maandag verbod. Ik dacht even na. Ik had geen ruzie gehad. En later die avond, toen Paul inmiddels lekker naast me lag te knorren, bleek dat ik die ook niet zou krijgen.

Gisteravond aten we geen rodekool We aten kip. Kip met peultjes. De kinderen vonden het niet lekker, zaten met lange tanden te kauwen. Paul en ik kregen woorden. En om niet teveel op elkaar te gaan fitten vervielen we beiden in een nukkig stilzwijgen. Met een afgemeten ‘doei’ vertrok ik naar het zwembad.

“Nog rode kool gegeten?” knipoogde één van de zwemgenootjes toen ik binnenkwam. “Nee,” zuchtte ik. “Geen rode kool gegeten. Wél ruzie gehad.”

Mijn rode koolgesprekspartner van vorige week draaide zich om. “Je méént het!” zei ze ontzet.

“Géén rode kool en tóch ruzie? Bizar.”

Van de pot en de rand

Zo zeg hè, wat kan een mens zich toch ontiegelijk beroerd voelen.

En dat van één enkele garnaal. Want laten we eerlijk zijn, de maïskolf, de watermeloen of de mozzarellasalade zullen het niet geweest zijn. En meer heb ik niet gegeten. Daarvoor was ik te druk met foto’s maken, kindjes op de schommel duwen en baby’s bij de barbecue weghalen.

Een garnaal dus. En ik kan je wél vertellen; die kleine zeeadder heeft flink huisgehouden. Gadverdamme, wat een ellende. Paul liet me nog uitslapen, maar evengoed kwam ik als een natte krant beneden.

Ik moet er wel erg zielig hebben uitgezien. Mijn schoonmoeder stuurde ons meteen naar huis. “Ik breng de kinderen vanavond wel terug,” riep ze. En nu ben ik dus maar wat aan het bijkomen. Ik ga me zo eens aan de beschuiten wagen. Meer durf ik nog niet aan.

“Ik lust geen gonalen” zei Lizzy gisteravond toen ik haar een paar roze ridders voorschotelde.

Ik lust geen gonalen. Wat een verstandige meid is het toch.