Een spelletje

Ze zaten elkaar in de haren.

“Kom,” riep ik. “Kom, we doen een spelletje!” Ik haalde het prinsessenspel uit de kast en zette het op tafel. “Jááá!” klonk het eensgezind.

“Mag ik beginnen?” vroeg Lizzy. “Nee, ík!” riep Annabel. Ik reageerde een beetje geïrriteerd. “Nee. We doen gewoon wie het hoogste gooit. Díe mag beginnen.” Ik gaf Lizzy de dobbelsteen. “Oké,” zei ze. En ze gaf hem een zwieper richting het plafond. “Wat doe je nou?” riep ik geërgerd. “Kan je niet normaal gooien?” “Maar mamma,” klonk het oprecht verbaasd. “Je zei zelf dat wie het hóógst gooide mocht beginnen!”