Bikinistress


Ik ben de laatste tijd dik tevreden.

Tevreden omdat mijn leven op rolletjes loopt en dik omdat ik nou eenmaal een kilo of zes te zwaar ben. Ergens vind ik dat vreselijk, dat extra vel, maar aan de andere kant: ik zit er wel lekker in. En lijnen is bij mij net als schrijven: als de inspiratie je in de steek laat dan wordt het sowieso niets.

Lekker leven en weer gaan lijnen als de tijd rijp is dus. Maar. Mijn nieuwe figuur levert wel één actueel probleem op: welke bikini moet er mee op vakantie? Ik heb inmiddels een lade vol maar niet één zit er goed. Het lijkt verdorie wel of ik elk jáár een andere maat heb! Maar zelfs als zou dat zo zijn, zoals jullie inmiddels wel weten ben ik niet bepaald maatvast, dan zou je toch zeggen dat ik na zoveel jaar sparen altijd wel een passende bikini op voorraad heb. Ik bedoel, dat matensysteem is toch eindig, of niet soms?
Het blijkt niet zo te zijn: past het broekje dan is het bovenstukje te krap, zit het bovenstukje goed dan verandert het broekje mijn benen in twee rollades. Combinaties? Paarse bloemen met oranje stippen, dacht het niet.

Na een nacht hyperventileren (te zwaar = stress, krappe bikini = stress. Te zwaar + krappe bikini= extreme stress) besloot ik gistermiddag toch maar even naar de stad te gaan om een nieuwe bikini te kopen. Kon ik direct die ouwe meuk weggooien (behalve natuurlijk die mooi kleine bikini van twee jaar geleden, die zou ik zeker volgend jaar weer passen!)
Ik fietste naar mijn favoriete lingeriezaak in de stad. Daar ga ik altijd heen omdat ik me daar kan verschuilen in een groot pashok met een kleine spiegel (zodat ik mezelf niet noodgedwongen in 3D zie) en omdat daar aardige mevrouwen werken die me heel discreet van alles door het gordijn aanreiken.

Het hele probleem met bikini’s passen zit hem in de acceptatie van je lijf. Daar kunnen we heel gewichtig over doen, maar we moeten wel realistisch blijven. Een mooie bikini ondersteunt, onderstreept en ondervangt, maar je zal er niet opeens uitziet alsof je elke dag in de sportschool staat en maat 36 hebt (tenzij je elke dag in de sportschool staat en maat 36 hebt). De ene dag snap ik dat soort logica beter dan de andere dag en gelukkig kon ik mezelf gisteren goed accepteren. Al snel had ik een zwarte/witte tankini en een paarswitte bikini uitzocht, compleet met twee snoezige strandjurkjes. Helemaal blij (en opgelucht) verliet ik de winkel.

“Je moet het zo zien,” zei ik later tegen Paul die zich afvroeg hoe ik het voor elkaar kreeg zoveel geld uit te geven aan zo weinig stof, “mijn dikke kont wordt er niet minder van, maar nu heb ik tenminste iets moois aan mijn dikke kont, en dat scheelt een heleboel!”

En nee meiden, bij dit logje géén foto van mij! *wink*

De première

Een roze loper bedekt met dartele minisuikerspinnetjes.

Zo laat de première van de nieuwe film van K3 “Het IJsprinsje” zich het best omschrijven. Nog nooit zag een mens zoveel roze en bling-bling bij elkaar. (Gelukkig was Lizzy in het geel en kon ik haar gemakkelijk traceren tussen al het prinsessenspul.) Ongetwijfeld vonden de kindertjes het allemaal prachtig. Toch hoorde je opvallend vaak een moeder sissen: “Laat je kroontje nou eens zitten.” Laten we het er maar op houden dat het een feest was voor alle generaties.

Binnen in de bioscoop (Arena, Pathé) ging het feest verder. Roze ballonnen en K3-koekjes. Celebs (leuk voor de moeders) en limonade. De film begon en de zaal was plots stil. Toch wel raar, voor ’t eerst in zo’n grote donkere bioscoop. Lizzy vond het wel wat. Tenminste, het begin. Nadat de heks (Carrie Tefsen) was geweest (“Mamma, ik wil ook wel een heks zijn.” “Dan ben je al, lieverd, dat ben je al.”) hield ze het voor gezien.

Eerst liep ze alle trappen af. Daarna ging ze voor het scherm langs. Vervolgens liep ze een rondje en tenslotte kwam ze weer bij mij terug. “Ik moet poepen.” Dat vond ik wel balen. Ik zat net lekker in de film. De meisjes van K3 moesten de naam van de Tovenaar Zonder Naam (Urbanus, erg lache!) raden, om zo de IJsprinses te redden. “Kus de kikker, kus de kikker!” riep ik in gedachten, “de kikker weet het vást!”.

Terug van het poepen was ik net op tijd voor de aftiteling. “Hoe heette die knakker nou?” vroeg ik aan vriendin B. Maar vriendin B. schudde droevig haar hoofd. “Net toen ze de kikker wilden kussen, kwam Z. klem te zitten tussen een bioscoopstoel. Vervolgens gilde ze vijf minuten lang zó hard, dat ik niets meer heb kunnen verstaan.”

“Was het leuk?” vroeg Paul toen ik me, misselijk van de spekjes en met een zwaar snurkend Doornroosje achterin, thuis weer meldde. “Genóten!” riep ik enthousiast, “Alleen volgende keer laten we de kinderen maar thuis.”