Verschil moet er zijn

“Met wie zit jij nou weer aan de telefoon?”

Ik blijf rustig zitten op het aanrecht. “Hmm. Oké. Hm.” mompel ik, terwijl ik mijn blik strak op mijn wiebelende tenen gericht houd. Geïrriteerd probeert Paul me ‘opzij’ te schuiven zodat hij bij de koelkast kan. “Dan zie ik je vrijdag,” sluit ik het gesprek af.

“Wie was dat?” vraagt Paul nogmaals. “Vriendin F.,” zeg ik. “Ik ga daar vrijdag heen, dat moesten we nog kortsluiten.” Paul fronst. “En dat duurt ruim een uur?” “Ja,” bevestig ik rustig. “Dat duurt ruim een uur.” Paul haalt zijn schouders op (‘vrouwen’) en verlaat de keuken.

Halverwege de gang rinkelt zijn mobiel. “Met Paul,” neemt hij op. “Hé vriend A. Een biertje drinken? Lekker. Tot over vijf minuten.” Triomfantelijk stopt Paul zijn mobiel terug in zijn broekzak en pakt in één vloeiende beweging zijn jas. “Kijk,” zegt hij. “Zo kan het ook.”