Kerstgevoel

Lang, heel lang geleden had ik een baby.

En elke dinsdag en donderdag stond ik dan voor het raam, met de baby in mijn armen, uit te kijken naar mijn ouders die zouden komen oppassen. Het was nog vroeg als ze de straat binnenreden en ik had koffie klaar staan. Eerst in ons oude huis, toen in ons nieuwe. Eerst met baby Lizzy, toen met baby Annabel.

Toen de baby’s peuters werden, stonden we sámen voor het raam. “Oma komt eraan!” riep een van de kinderen waarna ze zich snel verstopten achter een boekje of in een hoekje. Ik vond het altijd heerlijk om te zien hoe blij de kinderen waren als ze opa en oma weer zagen. En hoe trots mijn ouders naar hun kleinkinderen keken. Dat gaf me een heerlijk gevoel.

Na een tijdje ging er één naar school en wachtte ik ’s ochtends vroeg met de ander. Maak al snel ging ook die ander naar groep I. En toen had ik geen reden meer om op mijn ouders te wachten. Ik bracht de kinderen naar school en ging naar mijn werk. Mijn ouders haalden ze uit school. Alleen op donderdag. Op dinsdag bleven de kinderen over.

Met weemoed denk ik terug aan die tijd dat ik met mijn baby voor het raam stond, te wachten op mijn ouders. Ik hoor weer de kindercd’s die ik draaide en de tune van de Teletubby’s. Ik zie de auto van mijn ouders de straat binnenrijden en ik ruik die koffie. Als je me vraagt wat ik ‘mis’ van vroeger, van de tijd voor school, dan is het dat, dat mooie gevoel zo vroeg op de ochtend.

Gelukkig maar dat er (voorlopig) nog de schoolvakanties zijn. En al komen mijn ouders niet meer zo vroeg en sta ik niet meer met een baby in mijn armen, we stonden wel weer voor het raam vanochtend. Daar zag ik, door de verse sneeuw, mijn ouders aan komen rijden. “Daar komt oma!” riep Annabel opgetogen. Lizzy deed de deur open en ik schonk koffie.

Een mooi moment op een mooie dag. Een warm gevoel met een kerstgedachte. Ik knuffel mijn ouders, mijn kinderen en weet: dit gevoel moet ik bewaren.

Nieuwjaarsblues

En, al een beetje gewend aan 2009?

Ik niet hoor. Zeker niet. Zoiets duurt bij mij altijd een tijdje. Mínstens tot half februari. (En dan ben ik vróeg!) Pas rond maart ben ik weer volledig bij mijn positieven. “Verrek,” zegt ik dan tegen het nieuwe jaar. “Jij hier?!” Nét voordat de lente begint ben ik weer bij de les.

Serieus. Ik heb het niet op januari. Ondanks Lizzy’s verjaardag (voor mijn gevoel begint het nieuwe jaar dan ook op driekoningen). Dat komt zo, in december schiet ik altijd in de relaxstand. Dan hoef ik lekker niets meer, dan neem ik het ervan. December is warm bad; aangenaam en rustgevend.

En dan begint het nieuwe jaar. Goed, je weet dat het eraan zit te komen, maar toch. Ineens is het er. Ik word er elk jaar weer door overvallen. Word ik wakker, is het opeens 2009! Hartstikke koud, helder (nevel van alcohol opgetrokken) en voorál níeuw. Ik schreef al eens eerder, januari is als een nieuwe trui; onwennig en onhandig. En ineens besef je hoe lekker de oude eigenlijk zat.

Afijn. Ik zal het er toch mee moeten doen. Met die nieuwe trui. De vorige heb ik weggegooid en we kunnen de tijd nou eenmaal niet stilzetten, noch terugdraaien. (Ik wou alleen dat ik een wat díkkere trui had gekocht; ik heb het almaar koud!) De nieuwjaarsblues zal voorbij gaan en het wordt vanzelf weer oudjaar. Zo gaat dat met cirkels. We eindigen bij het begin en beginnen bij het einde.

In de tussentijd concentreer ik me op het geruststellende feit dat ik dit jaar zowáár twee goede voornemens heb. Eentje die aandacht vraagt en eentje die houvast biedt. Zo begin ik januari ‘09 niet helemáál zoekend en zwabberend; ik wéét welke richting ik op moet. De goede!

Eens kijken of jullie me onderhand een beetje kennen.

Welke twee (goede) voornemens heb ik?

Ik lurk!

Ik heb het helemaal ontdekt.

De vriendin van mijn ex staat op hyves. Met foto’s van haar kinderen. (Zichtbaar voor iedereen, zo zie ik het graag.) En ze heeft een blog. Geweldig om alle ins en outs van mijn ex’ privé te lezen.

En via via kwam ik op de hyvespagina van B., mijn hartsvriendin van vroeger. Tien jaar geleden kregen we ruzie. We zworen elkaar tot in de lengte van dagen te zullen negeren. Dat doen we nog steeds, maar ondertussen lees ik wel lekker al haar krabbels.

En onlangs kwam ik erachter dat een jeugdvriendje, een ex-huisgenoot (die ik altijd vreselijk vond), mijn gynaecoloog en één van mijn collega’s óók op hyves staan. Ik zou het niet in mijn hoofd halen ze een berichtje te sturen want dan verraad ik mezelf.

Ik vind het juist zo leuk dat ze niet weten dat ik stiekem meelees.

Mooi man, lurken.

Annabel en Paul

Het valt iedereen op.

Waar Lizzy steeds meer op mij gaat lijken, trekt Annabel duidelijk naar haar vader. Niet alleen qua uiterlijk (wat een heerlijke blauwe ogen hebben die twee toch) ook qua gedrag is ze zijn gelijke.

Onverschrokken zijn ze. Dapper. Dol op wilde spelletjes en spannende boeken. Het liefst met rare teksten. Zo werd ik gister tijdens het eten door Annabel ‘uitgescholden’ voor kale nietsnut, een brutale benaming uit het boek ‘De drie kleine piraatjes’. Afijn, soms moet je éven ingrijpen.

Waar Lizzy rustig knutselt en uren kan tutten, speelt Annabel bij voorkeur met blokken, raceauto’s en dino’s. Ze bouwt garages en laat de tyrannosaurus rondrijden in de vrachtauto. Meestal vóórdat hij de andere reptielen opeet.

En net als de tyrannosaurus is ze een vleeseter. Ook dát heeft ze van haar vader. Vlees in plaats van aardappels, worst op brood maar dan zonder brood. Ze is geen grote eter. Ze eet liever váák dan veel.

Als ze de kans krijgt, eet ze alles door elkaar. Ik merk het op feestjes, als de controle wat minder is. Met de helft van de dropveter nog uit haar mond begint ze aan de nootjes. Neemt een slok chocomel om de boel weg te spoelen. Misselijk worden kent ze niet.

En als de controle er wel is, moet je slim zijn. Zo staat Paul regelmatig te snoepen in de keuken opdat de kinderen (of ik?) het niet zien. Neem nou zaterdag; ik had een grote reep milkachocolade gekocht. Wil ik er een stukje van nemen, stoot ik mijn neus. Weg reep.

En die gewiekstheid zie ik ook bij háár. Terwijl ik kopjes warme chocomel uitdeel is het verdacht stil in de keuken. Ik tref Annabel aan op het aanrecht. Haar hand in het nesquickpak. Bruine vegen om haar mond.

“Zeg, haal jij je pikvingertjes eens snél uit dat pak!” roep ik boos. Haar grote blauwe ogen kijken verbaasd. “Maar mamma,” zegt ze. “Víngers deden het! Vingers vinden het zo lékker!” Ja, mij aan het lachen maken, zodat ik niet kwaad word. Dát kan ze als de beste.

Zoals ik al zei, ’t is net haar vader.