Vakantieverslag I

04.30 uur ‘s nachts

De vakantie begon waar die van vorig jaar eindigde. We reden weg in de stromende regen. “Je moet positief denken,” zei Paul om de zoveel kilometer. Ik hield wijselijk mijn mond. Het laatste nieuws had melding gemaakt van noodweer in Zuid-Frankrijk.

In de middag, nabij Poitiers, wilden we stoppen voor onze overnachting. We draaiden de snelweg af en kwamen direct in een soort hotelwalhalla terecht. En onder het motto ‘geen zon, dan maar luxe’ overnachtten we in een heerlijk viersterrenhotel. Mét zwembad.

Na het vroege opstaan en een middag in het zwembad waren we uitgeput. Een snelle hap, een biertje en net vóór de coma zich aandiende vonden we ons comfortabele bed. Tot twéé uur was het rustig. En toen werd Lizzy wakker. Ziek, zwak en misselijk spuugde ze alle pre vakantiestress eruit. Daarna wilde ze in bad. Ook Annabel werd wakker. Het eerste wat ze zei: “Ik wil naar huis!” Paul en ik konden er de humor wel van inzien. Lizzy knapte op van het bad en nog geen uur later was iedereen weer in diepe rust.

De ochtend bracht een verrassing. Blauwe lucht. Zon. Zingend legden we de laatste kilometers af. We mochten onze caravan nog niet in dus renden we meteen het strand op.

Zon, zee en golven. We waren in Lacanau.