Een beetje warmte

Komeet Ison heeft zijn zwaai om de zon waarschijnlijk niet overleefd.

Jammer, want zoals het er gisteren voorstond, was de komeet hard op weg om onze nieuwe Ster van Bethlehem te worden. Helaas heeft de intense hitte van de zon de komeet waarschijnlijk opgewarmd tot zo’n 2700 graden Celsius, waardoor hij uiteindelijk verdampte.

ison

Icarus & mini-ijstijd

En terwijl het Ison gelijk Icarus te heet werd onder de voeten, constateer ík dat het hier op aarde wat frisjes wordt. Ik moest van de week zelfs mijn auto krabben! De winter komt eraan en dat is te merken. Een computermodel, dat ons klimaat nabootst, kwam onlangs spontaan met een mini-ijstijd op de proppen. Wetenschappers waren ‘verrast’. Verrast? Verontrúst zal je bedoelen!

Natte boel

Op 1 december begint de meteorologische winter en daarmee sluiten we één van de natste seizoenen ooit af. Alleen in 1974 en 1998 viel er in de herfst meer regen. Ik herinner me de buien, de straat die in een rivier veranderde en de natte kleren. September en oktober waren extreem zacht. Dat dan weer wel. Misschien dat ik het daarom nu opeens zo koud heb?

Hoe dan ook, ik tik mijn stukjes vandaag met een extra trui aan. Ik ben bezig met het testen van de nieuwe Wii U en de game Wii Sports. Misschien moet ik mijn werkterrein even naar de praktijk verleggen om weer wat warmer te worden.

Nieuwscheck

En terwijl ik nog een slokje hete koffie neem, check ik mijn favoriete nieuwsites. Op nu.nl lees ik dat de Syrische kinderen die naar Libanon en Jordanië zijn gevlucht (naar schatting tweehonderdduizend kinderen), geen onderwijs kunnen volgen. Kinderen van zeven jaar oud moeten vaak al lange dagen werken.

It will be lonely this Christmas

Weer zo’n bericht waar je koud van wordt. En het voelde al zo onbehaaglijk. Echt jammer van die komeet. We hadden wel een beetje warmte kunnen gebruiken. Al dan niet in de vorm van de Ster van Bethlehem.

ison2

Sorry, bij dit stukje horen links maar die krijg ik op de een of andere manier niet in het systeem. Ik zal het later nogmaals proberen!

Meer lezen? Op www.esthervuijsters.nl staat vandaag een cryptisch stukje.

Goedemorgen zeg!


Ik was moe, echt heel moe.

Al een paar dagen eigenlijk. Ik weet niet precies waarvan. Zo zwaar was mijn week niet geweest, op de Efteling na had ik me niet echt druk gemaakt. En de meiden sliepen beter. (Goed zelfs eigenlijk.) Maar ik was kapot. Ik las een spannend boek, tot half twaalf, toen ging het lampje uit.

Paul stond heel vroeg op, samen met Liz. Laatstgenoemde moest hockeyen ergens een eind weg. Ze vertrokken voor dag en dauw. Annabel werd even wakker en kroop bij mij in bed. We snurkten direct weer verder.

We werden uiteindelijk wakker van de brievenbus. Een beetje gedesorieenteerd keek ik om me heen. Annabel lag naast me, Paul was weg.De zon scheen buiten. Wat voor dag was het vandaag? Ik richtte me op en keek op de wekker. Kwart voor elf. Wááát?! Kwart voor fokking élf? Wel alle koningsliederen nog aan toe, zo laat was ik niet meer opgestaan sinds ik een twintiger was!

Ik rekte me uit en douchte lang. Ongelooflijk zeg, wat had ík lekker geslapen. En Annabel had het blijkbaar ook nodig*. Maar hallo, kwárt voor élf!? Ik schaam me er al de hele dag een beetje voor.

Niet verder vertellen he?!

* Toevallig gisteren de uitslagen gekregen, een (iets) te laag ijzergehalte en een parasiet. (Wordt binnenkort behandeld.) Daar zal de moeheid vandaan komen. Van Liz’ arm wordt volgende week een echo gemaakt.

Winterse ochtend

Al buiten geweest?

Ik wel. Nog geen vijf meter en ik lag al op mijn kont. Koud, glad maar vooral prachtig! Ik liep naar school, terwijl de zon langzaam de witte bomen verlichtte. De ijskristallen glinsterenden tegen de blauwe lucht.

Ik kon mijn handschoenen niet vinden. Dat was flink koud. ‘Min tien!’ riep een vader die ik op de stoep tegenkwam. Aha. Vandaar. Bij de peuterspeelzaal stond hete koffie klaar. “De kou schept een band,” stond vanmorgen in de krant. Verdomd als ’t niet waar is.

Afijn. Ik wandelde door de tintelende lucht naar huis. Onderweg maakte ik een paar foto’s. Ik kon er maar niet over uit hoe prachtig het oranje licht alles een haast warme gloed gaf. Het leek een bijna zomers licht.

Maar mijn – inmiddels bevroren – tenen gaven aan dat het toch écht winter was.

Ik praat te hard

Sommige collegae hebben een raar beeld van mij.

Dat zit zo, op kantoor ben ik regelmatig in de weer met de stofzuiger. Werklunch gehad, ik sluit al schoonmakend af. Papierbak geleegd, ik kom voor de snippers. Stofvlokken, hier ermee! Kortom, als er gezogen moet worden ben ik de vrouw. Vloertechnisch dan. Maar goed, dat is niet wat ze raar aan mij vinden.

Nou is het zo dat we een nieuwe stofzuiger hebben. (Ik had nog gegrapt dat de kerstpakketten vroeg waren dit jaar, toen er in oktober een grote doos op mijn bureau stond.) Persoonlijk was ik, met deze gift, aardig in mijn sas want het oude apparaat had onderhand de zuigkracht van een gehandicapte bromvlieg; hij deed nagenoeg niets meer. En ik hou nou eenmaal niet van vieze vloeren.

Onze ‘nieuwe’ (zoals ik hem liefkozend noem) bleek geweldig. Alle broodkruimels, stofvlokjes en papiersnippers waren in een mum van tijd verdwenen. Alleen kreeg ik een beetje rugpijn van het kromlopen; de stang was nogal kort. “Die kan je uitschuiven hoor,” merkte een collega op. “Echt waar?” zei ik verrast. (NB; het feit dat ik dit niet wist, zegt meer over mijn technische vaardigheden dan over mijn huishoudelijke aanleg.) En ja. De stang kon worden uitgeschoven. Amazing!

Gistermiddag vertelde ik enthousiast aan collega M. dat ik door haar tip nu thuis ook geen rugpijn meer had; ‘de mijne’ kon zijn stang ook uitschuiven! “Hoe lang heb je dat ding al thuis?” vroeg M. een beetje verbaasd. “Een jaar of drie,” gaf ik toe. M. schudde zuchtend haar hoofd. “En je bent nooit op het idee gekomen om…?” “Nee,” riep ik enthousiast (en iets te hard). “Het is zó fijn! Ik had wérkelijk geen idee dat die van mij zó’n lange had!”

En op het moment dat ik dát zei, liepen er twee collegae binnen.

Love me… Hate me…

De kletsen zitten tegenwoordig vaak in de haren.

De zoete tijd waarin Lizzy haar zusje makkelijk voor haar karretje kon spannen is voorbij. Annabel trekt haar eigen plan. “Wil ik niet,” zegt ze als Lizzy haar nodig heeft voor een spelletje. “Doe ik niet,” roept ze, wanneer ze naar mamma wordt gestuurd voor een snoepje.

En dan wordt Lizzy boos. “Ik vind jou stom,” gilt ze. “Jij hoort niet bij mijn club.” Annabel laat haar rustig tieren en gaat gewoon door met wat ze aan het doen is. Ze speelt met de playmobiel. Of met de little pony’s. Heel rustig. Totdat Lizzy zich ermee gaat bemoeien. “Ik wil alléén spelen,” moppert Annabel. “Het is van mij!” stookt haar zus.

Gék word ik er af en toe van. Over de meest stompzinnige zaken maken ze ruzie. Over wie de rode beker mag. Of wie de teletubbylepel. Ik koop tegenwoordig alles in paren en zelfs dan krijgen ze er nog woorden over. “Annabel heeft een streep in mijn kleurboek gezet!” “Lizzy heeft méér yokidrink dan ik!”

Het was dan ook een aangename verrassing dat ze afgelopen weekend ineens weer helemaal verliefd op elkaar werden. Plotseling konden ze weer samen spelen. Eerst een hele tijd buiten met het stoepkrijt, toen binnen met de klei. Ze waren het er zelfs over eens welke filmpje er voor bedtijd gekeken zou worden. Ongelooflijk.

Als klap op de vuurpijl wilden ze gistermiddag – na Lizzy’s school – niet mee naar de bibliotheek. “We willen sámen thuisspelen,” zeiden ze eensgezind. “We hebben een heel leuk spel bedacht.” Ik bracht thee en een koekje maar ze hadden nauwelijks tijd. Ze maakten een toneelstuk. Met Sint en de Pieten.

Aan het einde van de dag gingen ze samen in bad. Telkens als Lizzy iets raars deed moest Annabel heel hard lachen. (Normaal gillen ze meteen dat ze worden uitgelachen als de een het waagt naar de ander te lachen.) Al knuffelend zaten ze samen in bad. Dat de plotselinge affectie henzelf ook ietwat ongewoon voorkwam, blijkt wel uit de volglende opmerking (van Lizzy):

“Het is niet te geloven dat dit Annabél is,” zei ze verwonderd, “zo lief en leuk vind ik haar.” Annabel glimlachte beminnelijk naar haar grote zus.