Weddingplanner

Een tante wordt zestig. Of ik een gedicht kan maken.

Maandag een feest. Ook familie. Zoveel jaar getrouwd. (Eerlijk gezegd weet ik niet eens hoeveel. Is dat erg?) En dan die twee bruiloften. Eerst vrijdag één van mijn beste vriendinnen. Ik maak foto’s. En dan zaterdag mijn broer. Ik ben ceremoniemeester. (“Jij kan zo goed organiseren.”) Daarnaast ben ik getuige en ik speech (“Jij bent altijd zo grappig.”). Het zijn dingen die ik leuk vind, maar ondertussen ben ik er flink druk mee. (Ik ben blijkbaar erg gewild op feesten en partijen. En dat vind ik best een compliment. Ze moeten alleen de volgende keer even overleg plegen over wat wanneer plaatsvindt. Of misschien moet ik een eigen boekingsbureau oprichten. Om dit soort toestanden te voorkomen.) In de weinige tijd die ik overhoud moet ik ook nog ’t een en ander aan krantjes en boekjes in elkaar flansen. (“Jij bent zo creatief en ook nogal handig met computers.”)

Als ik het zo teruglees is het eigenlijk zot dat ik zélf niet getrouwd ben.

Want als er íemand geen ‘nee’ kan zeggen…