Koeknuffelen goed voor je relatie?

Nog niet zo lang geleden volgde ik een workshop koeknuffelen. Een aparte ervaring.

Want behalve een speels kalfje dat mijn vlechtjes half opat, was dat geknuffel met die herkauwers onverwachts fijn. Ik was dicht bij de natuur, kreeg alle tijd om te relaxen, en voelde hoe gemakkelijk het eigenlijk was te ‘bonden’ met zoiets groots als een koe.

Koeknuffelen is, zo lees ik op internet, erg geschikt voor mensen met (onder andere) intimiteitsproblemen. En het is goed voor je relatie. Snap ik.

Dames, dámes

Maar wat me wel opviel tijdens de workshop, was dat niet alle dames zich even netjes gedroegen. We konden niet naar buiten, de intimiteiten vonden dus plaats in de darkroom van de boerderij (lees: stal), en daar róók het behoorlijk. En net toen ik in een innige omhelzing lag met ‘mijn’ koe, zette haar vriendin naast me gewoon de sluizen open…

Na afloop voelde ik me sereen. Maar ik stonk een uur in de wind.

Splintergroepering

Toch ben ik er achteraf eigenlijk nog wel goed vanaf gekomen. Want, zo lees ik in één van de vakbladen (nee, niet Het Plattelandsleven maar het AssurantieMagazine) in Duitsland heeft een (ongetwijfeld militante groep koeien) het onlangs voor elkaar gekregen een complete stal op te blazen!

Hoe? Nou, de dames hadden dusdanig veel methaangas geproduceerd (boeren, scheten) dat een vonkje van één van de in de stal aanwezige machines genoeg was om een flinke ontploffing te veroorzaken. Gelukkig raakte niemand gewond, slechts één koe had lichte brandwonden. Maar het dak ging eraf.

Niet ongevaarlijk

Dus. Koeknuffelen mag dan rustgevend zijn en goed voor je relatie, ongevaarlijk is het dus niet. Want als de vonken écht gaan overslaan, dan slaat direct de bliksem in. Explosieve toestand, dat geknuffel en je kunt je natuurlijk afvragen hoe je relatie daar uitkomt!

Goed voor je relatie?

Trouwens, behalve het brandgevaar is er nóg een reden waarom ik twijfel of dat gekoeknuffel nou wel zo goed is voor je relatie als wordt beweerd. Tuurlijk, je ervaart intimiteit op een heel andere manier, zoiets neem je mee naar huis. Maar dan?

Mijn man raakte me twee dagen niet aan. Hij zei dat ik riekte.

Meer Esther? Op www.esthervuijsters.nl is het weer Pink Saturday en vandaag… gaan we kleuren.

Uit de mailbox van Esther

Opbrengst van de afgelopen tijd.

“Ik heb het contract per mail ontvangen. Kunt u mij uitleggen hoe ik deze moet tekenen?”

“Op mijn salaris zijn 61 bekeuringen ingehouden, hetgeen niet helemaal correct is.”

“In het ergste geval wil ik u dit graag mondeling toelichten.”

“Kunt u even checken hoe het met me is?”

“Zoals u kunt zien ben ik afgekeurd voor 180%”

“Hierbij mail ik u mijn bescheiden spullen.”

“Ik ben zwakzinnig verzorgster”

“Van uw offerte voor een overlijdensrisicoverzekering maak ik geen gebruik. Ik heb zo’n verzekering al eerder afgesloten en toen heb ik daar ook helemaal geen plezier van gehad”

Ook leuke mailtjes ontvangen? Vertel het ons.

Bij de huisarts

Het was warm in de wachtkamer.

“Dat is toch wel gek hè?” zei de mevrouw naast me. “Dat ze om kwart voor negen al een uitloop hebben van een drie kwartier.” De meneer tegenover ons knikte. “Laatst was het nog erger, toen hadden ze ruim een uur uitloop. ”

De oude mevrouw staarde naar de deur. Ze keek op haar horloge. “Soms denk ik dat ze het expres doen,” zei ze. “Als een soort ontmoedigingsbeleid.” De meneer tegenover ons knikte weer. “Het werkt wel,” zei hij. “Ik ga pas naar de dokter als het niet meer te harden is.”

Plotseling hoorde we iemand kuchen. De huisarts stond in de deuropening. “Ah,” zei hij. “Meneer Jansen. Daar bent u weer. En wat scheelt u vandáág?”

Raadsel

Kwart voor tien ‘s avonds.

C. en ik fietsen samen naar huis. “Kijk,” zei ik. Ik wees op een huis. “Daar is een man alleen thuis. En in dat huis ernaast óók.” C. keek me vragend aan. “Zie je dat niet?” vroeg ik. “Ik heb zeker al vijf huizen geteld waar de vrouw afwezig is.”

C. keek naar het huis dat ik zo-even had aangewezen. Ze schudde haar hoofd. “Ik zie niets bijzonders,” zei ze. “Waarom denk je dat dan? Dat de man alleen thuis is?” “Dat kan ik zien,” zei ik.

Hoe dacht ik dat te kunnen zien?