Eerlijk is eerlijk!

Ik wil graag dat mijn kinderen eerlijk zijn. Maar dat betekent wél dat ik het óók moet zijn. Eerlijk is eerlijk, tenslotte. En kinderen kopiëren. Waarom zouden ze mij geloven als ik ze ‘bedonder’?

Ja en amen

Vroeger nam ik het niet zo nauw, met de eerlijkheid. Ik zei ja en amen als ze vroegen of ik honderd werd, ik vertelde schaamteloos over ‘de echte’ Sinterklaas, de Paashaas en de Hemel (oké, die laatste is een twijfelgevalletje) en natuurlijk waren de Teletubbies en Kabouter Plop écht. Mummies in musea waren ‘nep’ en kindjes werden nooit ziek. Althans, niet écht ziek.

“Dat skelet? Nee, ik denk dat het van plastic is.”

Niet ongezouten graag

Tegenwoordig let ik meer op eerlijkheid. Niet dat ik alles zomaar roep – eerlijkheid moet geen reden zijn om ongezouten je mening te geven – maar ik probeer wel goede antwoorden op hun vragen te geven. Over seks, de dood en relaties. We kijken het jeugdjournaal en ik probeer (op hun niveau) uitleg te geven over kaping, oorlog en misbruik. Het ís er nou eenmaal.

Ik vind pappa nog heel leuk hoor!

En toen Annabel onlangs maar blééf vragen of wij ooit gingen scheiden heb ik eerlijk gezegd dat ik dat niet van plan was (“ik vind pappa namelijk nog heel leuk!”), maar dat je zoiets nooit helemaal zeker weet. Maar dat áls dat mocht gebeuren we daarvoor met z’n allen een goede oplossing zouden vinden. Hierop zei Liz: “Mamma kan álles leuk maken!” (Een mooi compliment, al vraag ik me af hoe leuk ik een echtscheiding kan maken.)

Kleine kans

Ook over nare ziektes en de dood probeer ik eerlijk te zijn. Zonder ze de stuipen op het lijf te jagen. Ja, er gaan ook kinderen dood aan kanker, maar laten we eens nagaan hoeveel kinderen jij kent en hoeveel zijn er zo ziek? De kans is erg klein maar hij ís er wel. Eerlijk is eerlijk. Liever even wakker van de realiteit dan op een dag ontwaken en beseffen dat de wereld heel anders is dan jij dacht.

Lachen met jou!

En soms is het juist heel prettig om met kinderen ‘zware’ gesprekken te voeren. Kunnen ze daar verrassend luchtig op reageren, waardoor je het zelf ook een beetje van je kan afzetten. Zo eindigde een gesprek over een kindje met kanker, over de dood en uitstrooien na de crematie met de opmerking van Annabel: “O nou, dan mogen ze mij uitstrooien in KidsCity!”

Dat dát dan weer níet mag, dat leg ik nog wel een keertje uit. Je hoeft tenslotte niet altijd direct eerlijk te zijn. Toch?

Meer lezen? Like mijn pagina op Facebook of kijk op www.esthervuijsters.nl

Hypochonder-Es

De naam Ebola komt van de gelijknamige rivier in Congo waar in 1976 de eerste uitbraak van de ziekte plaatsvond. Tegen Ebola bestaat geen vaccin en er is geen behandeling mogelijk. Afhankelijk van de variant van het virus komt 25 tot 90 procent van de patiënten te overlijden.  

Klein hypje

Toch lijkt – op een kleine hypje veroorzaakt door de film Outbreak na –niemand écht bang te zijn voor Ebola. (In tegenstelling tot bijvoorbeeld het SARS-virus waarbij er opeens overal mondkapjes opdoken!) Als er nieuws is over Ebola leidt dat steevast tot koppen als: “Ebola maakt in Europa weinig kans” en “Schiphol neemt geen extra maatregelen”.

Hola Ebola

Volgens het RIVM hoeven we ook écht niet bang te zijn voor Ebola. Ebola komt voornamelijk voor in afgelegen Afrikaanse gebieden en de ziekte is zó dodelijk dat het virus zichzelf in feite uitroeit. Dat laatste is waarschijnlijk als geruststelling bedoeld, maar ik voel me er niet bepaald beter door.

In zulke gevallen

Er is al eens iemand in Nederland geweest, die het virus had meegenomen uit Afrika. Dat vond toen ook blijkbaar niemand verontrustend. Artsen zonder Grenzen zei zelfs dat er ‘in zulke gevallen’ snel genoeg gehandeld kan worden (dit geval bewees het) en dat er weinig kans was op verspreiding van het virus.

Omvallende hooibalen?

Toch kan ik me niet aan gedachte onttrekken dat we vandaag of morgen een keer te laat zijn. Ik wil verder geen paniek veroorzaken, maar SARS zou ook in Azië blijven. En dat rukte op tot Engeland en Duitsland! Nou zal het dan wel zo zijn, dat je in Nederland ‘eerder omkomt onder de hooibalen dan door het Ebola-virus’,  ik ben er niet gerust op.

Er is Noord-Oosterwind voorspeld. Ik blijf voorlopig mooi binnen.

Meer lezen? Op www.esthervuijsters.nl is het weer Pink Saturday!

Foto is vond ik hier.

Held van de Dag

Ik ben een beetje moe.

De nachten zijn momenteel niet om over naar huis te schrijven. De ochtenden ook niet trouwens. De kleine klets staat om vier uur ’s nachts al rechtop in bed ‘laar te roepen. Nanna, nanna, gilt kleine DeciBel. Nanna, geef mij Brood en Spelen.

Lizzy doet leuk mee. Ze is een tikkeltje verkouden en daardoor snel geprikkeld. Zodra ze wakker wordt zet ook zíj een keel op. ‘Wil bij jou in behehehed!’ jammert ze. ’s Ochtends is ze niet uit geslapen. Kort gezegd, ze is hard op weg om officieel tot Miss Ochtendhumeur 2006 verkozen te worden.

En dus ben ik een beetje moe. Maar dat geeft niet, dat kan ik hebben. Want sinds een maandje jog ik. Elke avond een rondje. Geen halve marathon (daarvoor moet je bij mijn onderbuurvrouw zijn) maar net genoeg om lekker te zweten. En het is echt waar. Ik voel me fitter dan ooit.

Gisteravond liep ik weer mijn rondje. Door het donker, straat in, straat uit. Heuvel op en weer af. Het regende pijpenstelen en het waaide heel hard. Maar toch was ik gegaan. Toch was ik mijn rondje gaan rennen. ‘Kom op zeg, ben geen mietje,’ had ik tegen Paul gezegd.

En toen ik daar zo liep. Drijfnat door het donker, voorploegend door de natte bladeren. Toen vond ik mezelf opeens zó geweldig. Zo waanzinnig goed bezig. Ik gloeide plots van trots. Ik kreeg het warm en koud tegelijk. Heerlijk.

En daarom vandaag een volkomen selfcentered, antialtruïstisch egostukje. Helemaal over mij alleen. Over me, mezelf and I.

Want ik ben misschien moe.

Maar ik ben vooral mijn eigen Held van de Dag.