Te laat? Ach nee, we zijn nu toch al moe!

De kinderen zijn moe, hoor ik overal. Ze zijn aan vakantie toe.

Nou, niet alleen de kinderen! Ik ben gistermiddag gewoon op de bank in slaap gevallen! De hele dag was ik op stap geweest met Annabel en haar klas, naar een Middeleeuwse boerderij, en toen ik thuiskwam ging ik ‘even’ zitten. Om tien voor vijf maakte Annabel me wakker. “Mam! Ik moet om vijf uur turnen!”

Lekker lang buiten zitten

Het komt door de warmte. Daardoor ga ik te laat naar bed. En het komt omdat ik heel druk ben. Met schrijfopdrachten, verjaardagen, slaapfeestjes en voetbalfeestjes. En doordat ik een collega vervang, waardoor ik nu feitelijk drie banen en iets teveel werk heb. Je zou er schizofreen van worden!

Lekker drankje erbij

Gisteravond pakte ik even de rust. Lekker met een vriendin op het terras, heerlijk dat zomerse sfeertje. Maar ja. Wel weer een wijntje (waar ik om onduidelijke reden tegenwoordig héél slecht tegen kan?!) en laat naar bed. En om acht uur sprong dat tuig weer bovenop me natuurlijk. (Waarom zijn die kinderen in het weekend nooit ‘moe’?)

Voetbal, ook dag nog!

Vanavond is er weer voetbal, dat wordt natuurlijk weer een latertje. We kijken thuis mét vrienden en ik wéét dat ik in de hitte van de strijd de kinderen ook echt niet naar bed ga sturen. Die vinden het veel te spannend (en ik vind het te gezellig).

Te laat voor ze, zeg je? Ach nee. We zijn nu toch allemaal al moe. Dan kan die voetbal wedstrijd er ook nog wel bij.

Bijna vakantie!

PS Heb je al meegedaan aan deze superleuke actie op mijn blog? Je kunt een tas van Anecdote twv 189,95 euro én een tiental modevouchers winnen!
Advertisements

Prik, ik heb je!

Ja, ze zijn er weer. Kleine, kl*t*r*g* kriebel- en prikbeestjes.

 

Eigenlijk is het ongelooflijk. Twee weken lang hebben we in Frankrijk in een caravan bovenop een wespennest gezeten (klik), niemand gestoken, nog geen week thuis; twee slachtoffers!

Continue reading

Off-white


Elk jaar rond deze tijd ga ik een paar keer onder de zonnebank.

Niet om poepiebruin te worden, maar gewoon om off-white te geraken. Sinds ik ooit een vriendje had dat vroeg waarom ik een witte panty droeg op rokjesdag (wat toen nog niet eens echt bestond) ,let ik daar extra op. En daarbij, als je bruin bent lijk je ook dunner. Straks wordt het weer mooi weer (ik beschouw deze dip als tijdelijk) en zit ik daar, wit en lillend.
Kortom, ik moest maar snel weer gaan!

Nou vertelde ik laatst aan vriendin C. dat ik onder de zonnebank ging en zij vond dat maar onzin. Je haar blonderen in de zomer was tot daar aan toe (“grijs is lelijk en net-niet-bruin ook”) maar die zonnebank daar moest ze niets van hebben.
“Dan heb je over tien jaar een gezicht als een oude leren tas!”
“Nee hoor, ik zet de gezichtsbruiner altijd uit.”
“Maar toch.”

C. zei dat ik me niet moest laten opjutten door het beeld dat iedereen bruin ‘moet’ zijn. Wit is veel gezonder, in zekere zin, wit is adellijk en bruin veroorzaakt huidkanker.
“Als we nou allemaal gewoon normaal doen en niet gaan liggen bakken dan vallen witte benen ook niet meer op.”
“Denk je?”
“Ja. En je gaat al snel te lang onder de zonnbank en dan heb je roze borsten, dat ziet er ook nog eens niet uit.”
“Ik hou van roze.”

In elk geval, C. wist het heel overtuigend te brengen waardoor ik ging twijfelen aan mijn zonnebankplan. Misschien had ze wel gelijk. De zonnebank is niet gezond, het kost geld en tijd, en waarom zou ik me laten meeslepen door een ‘ideaalbeeld’. Misschien moest ik mijn benen (en armen) dit jaar maar gewoon wit laten.

Die avond stond ik extra lang voor de spiegel. Als ik lang keek viel het best mee met dat witzijn, ik bedoel, ik was toch geen albino of zo. En ik heb mooie benen, wit of niet. Dus. Net op het moment dat ik mijn kleren weer wilde aantrekken kwam Liz binnenlopen.

“Goh,” zei ze. “Mam, je bent zo wit als een ei.”

Zou C. het merken als ik stiekem toch een paar keertjes zou gaan?

En jij bent een …


Het gaat goed met de balletlessen van Annabel.

Elke week zwiert ze rond in haar roze pakje, roze rokje en op roze schoentjes. Ze kent inmiddels de posities, weet wat ‘plié’ en ‘barre’ en ‘ronde’ betekenen en danst al kleine stukjes op de muziek van het Zwanenmeer en de Notenkraker.

Gisteren was het kijkles. De kindjes begonnen met een warming up, daarna oefenden ze de posities. Ze dansten als waterdruppels en Pinocchio. Ongeveer halverwege de les legde de juf uit dat ze een improvisatiespel gingen doen. “Want het is belangrijk dat de kinderen in een dans kunnen laten zien hoe ze zich voelen. Dat noemen we ‘vrije expressie‘”
Er werd een muziekje opgezet en alle kinderen mochten dansen zoals ze wilden. Hun dans moest laten zien wie of wat ze op dat moment graag zouden zijn of spelen. Ik herkende een dansende pop (Coppélia?), een stervende zwaan en een springerig elfje. Bij sommige moest ik wat beter kijken, een vogel misschien, een lappenpop. Eén meisjes stond heel stil en maakte zichzelf langzaam groter, ze was vast een boom, of een ontluikende bloem.

Annabel liep heupwiegend tussen de ballerina’s door. Met één hand losjes op haar heup schreed ze verleidelijke rondjes waarbij ze haar publiek uitdagend aankeek. Ze glimlachte, knipperde met haar lange wimpers en leunde nonchalant tegen de barre (alleen de peuk ontbrak). Ze blies op haar nagels.

“Zo Annabel,” zei de juf toen de muziek stopte. “Jij ben vast een fotomodel.”
“Nee joh,” snoof Annabel. “Ik ben een coole gast.”

Oeps… sorry!


Ik ben niet iemand die er zomaar van alles uitflapt.

Mij zul je niet zo snel horen zeggen dat ik een bepaalde opmerking niet leuk vind, dat ik je nieuwe vriend niet mag of dat ik vind dat je kind zich niet goed gedraagt. Ik ben meer van de mantel der liefde, van de splinter in het eigen oog. En van het ‘kijk eens in de spiegel’-principe.

Toch komt wat ik zeg niet altijd even goed over. Dat dit meer te maken heeft met onbenulligheid dan eerlijkheid blijkt wel uit het voorbeeld van gisteravond: tijdens het lenteklaar maken van de school joeg ik een collega/moeder de stuipen op het lijf door heel verongelijkt te zeggen dat ik vreselijk naar brand stonk. Dat kwam natuurlijk door het vuur op de Middeleeuwse boerderij, maar die moeder schrok zich een ongeluk omdat ze dacht dat mijn huis was afgebrand. Niet handig.

Ik heb ook wel eens tegen een accountmanager gezegd: “En hoelang duurt dat, schat je?” Als je het hardop zegt snap je wel waarom ik daarna hevig moest blozen. En wat te denken van de keer dat ik een grapje maakte over ‘rare Chinees’ tegen iemand die bleek met een Chinees getrouwd te zijn.

Het stomst wat ik ooit heb gezegd was eens tijdens Jazz hier in de stad. Het was onwijs druk en op de een of andere manier kwam ik allemaal mensen tegen waaraan ik echt geen behoefte had. Een ex, een duffe collega, iemand die ik niet mocht, die types. Later die avond – borreltje op – kwam ik een oude vriendin tegen met wie het destijds allemaal een beetje vreemd was gelopen.
“Gezellige drukte hè!” zei ze, toen we even stonden te kletsen.
“Nou,” zei ik. “Alleen kom ik op de een of andere manier alleen maar mensen tegen aan wie echt ik totaal geen behoefte heb.”

Daar bedoelde ik haar niet mee, echt niet. Maar ze liep wel boos weg. Oeps.

Wat is het stomste dat jij ooit per ongeluk gezegd heb?

Zomaar een vraag


Annabel en haar nieuwe vriendinnetje spelen samen met de playmobil.

Het is voor het eerst dat het meisje hier is komen spelen en ze hebben – op de grond, onder de kerstboom – een kerststal gemaakt. Daarnaast wordt gewerkt aan een dierentuin en een speelpark. De meisjes gaan helemaal op in hun spel en over alles wordt vergaderd.

“Hier komt de zweefmolen, de baby’s mogen er niet in.”
“Nee, die kunnen in het zwembad.”
“Is dat niet te koud nu?”
“Nee, hier is het zomer.”

Soms praat er ook een poppetje. Dan zegt één van de figuurtjes opeens dat hij wil slapen en dan wordt hij subiet door een van de twee meisjes in bed gestopt. Er is ook een poppetje dat straf heeft, die staat in de hoek.

Tuffy vindt het, net als ik, reuze gezellig in de woonkamer. Op geheel eigen wijze draagt hij bij aan de kerstsfeer door enthousiast Jingle Bells te fluiten. Hoe harder de meisjes gaan praten, hoe luidruchtiger de parkiet wordt. Uiteindelijk fluit hij aan één stuk door terwijl hij ondertussen wild rondfladdert.

Ik zie het vriendinnetje een beetje onrustig worden en ineens – Tuffy heeft net een flink schelle sonate gefloten – kijkt het meisje geïrriteerd op van haar spel. Ze was halverwege een zin en blijkbaar is ze ergens de draad kwijt geraakt. Eerst kijkt ze naar Tuffy en dan naar Annabel. En dan weer naar Tuffy.
“Annabel,” zegt ze streng. “Kan die vogel ook úit?!”

Het hagelt… het hagelt…

De pyjama al aan want onze kleren zijn al eerder natgeregend.
Schoenen van pappa aan, snel snel.
Pluutje mee.
Naar buiten in de hagel!

En hebben jullie je al gemeld voor de Grote Geefwegweken?

Bij mij…
Bij Margje…
Bij Machteld…