Volgens mij

Is er iets mis met mijn linkerbuitenspiegel.

Als een geknakt rozenknopje hangt hij zielig omlaag. “Zo, dat is een flinke klap geweest,” denk ik meteen. Automatisch check ik mijn voorruit. Goddank. Een briefje. “Ik ben tegen uw auto aangereden, wilt u contact met me opnemen?” De zijkant zit trouwens ook flink in elkaar, zie ik nu.

Ik bel het nummer op het briefje. “Ik zag de auto helemaal niet,” zegt een vrouw. “Ik reed achteruit en hij zat precies in mijn dode hoek.” Ik bedank haar voor haar eerlijkheid. We spreken af ‘s middags het schadeformulier in te vullen. Om drie uur. Bij mij thuis.

Het is drie uur. Ik wacht. Als Annabel wakker wordt, vraagt Lizzy of we naar het park gaan. “Dat kan niet,” zegt ik. “Mamma heeft een afspraak.” Het is kwart over drie. Ik bel even voor de zekerheid. Ik krijg een voicemail. Om half vier is er nog steeds niemand. Ik bel weer. Ik spreek de voicemail in. Om vijf uur word ik teruggebeld. “Sorry, ik ben de afspraak hélémaal vergeten.” Het is te laat om nog iets met de kinderen te gaan doen.

“Wees blij dat ze er tenminste een briefje bij heeft gedaan,” zegt een vriendin ’s avonds, als ik mijn beklag doe.

Blij? Ik ben helemaal niet blij. Ik ben geirriteerd.

Advertisements