Mannen en horrormonen

Terwijl ik met persweeën op bed lag, antwoordde Paul op de vraag van de verloskundige ‘of we de kruikjes hadden klaarstaan’: “O, ik vul wel even twee lege colaflessen!”

Glazig kijken

Oké. Áls er al zoiets bestond als een veranderende hormoonspiegel bij ‘zwangere’ mannen, dan had die van mij daar niet zoveel van meekregen. Hij had – als goed huisvader – het wiegje geschilderd en de muren gewit, maar de babyuitzet was volledig door mij aangeschaft. Bij het woord rompertje keek hij nog even glazig als voorheen en van navelklemmen wilde hij niets weten.

Horrormonen

Ook na de geboorte was het wennen. Niet alleen voor hem, ook voor mij. Het duurde best lang voordat de voorraad oxytocine (het “geluks- en knuffelhormoon”) waar ik volgens mij recht op had, werd bezorgd. De neurotransmitter kwam uiteindelijk met de nalevering, een maand of vier na de geboorte, toen onze dochter eindelijk ophield met huilen.

“Niks zak zaad op pootjes, mannen willen ook zorgen!”

Paul kreeg ook zijn deel oxytocine. Tot zover geloof ik de Amerikaanse Sarah Blaffer Hrdy onmiddellijk. Zij stelde in de jaren zeventig al dat de hormoonspiegel van de man helemaal niet zo veel van de vrouw verschilt. Ook mannen voelen die ‘onverklaarbare’ liefde voor het eigen kind. Niks ‘zak zaad op pootjes’, zij willen óók zorgen.

 “Huilen, troosten, knuffelen: veel mannen herkennen zichzelf niet meer terug na hun geboorte als vader.” (Artikel in De Volkskrant ‘Het brein van pap’ van 14 juni)

Maar. Je hebt zorgen en zorgen. O, er zullen best mannen zijn, die na de geboorte van hun kind spontaan veranderen in een weekdier, zoals de geïnterviewde in ‘Het brein van pap’. Maar ik geloof dat dat bij de meeste mannen toch allemaal wel meevalt. Ik hoor het Paul nog zo roepen, ergens rond middernacht nadat we alles geprobeerd hadden om Pure Evil stil te krijgen: “Hier vind ik dus echt NIETS aan hè!”

Bráák

En ook het verkleden en verschonen liet hij liever aan mij over. “Dat gefriemel met die armpjes!” Onze homevideo’s starring een kokhalzende Paul boven een volle luier zijn werkelijk hilarisch. Dat zijn testosteronniveau lager was, dat zou kunnen. Er zijn in die tijd geen luidruchtige of gevaarlijke hobby’s bijgekomen (op de baby na dan). Maar zou dat niet gewoon komen omdat hij er te moe voor was?

Nesteldrang? Nou en of!

Wat het verhoogde prolactineniveau (zorgt voor een nesteldrang) tenslotte waarover in De Volkskrant wordt gesproken, ja dáár had hij wel ‘last’ van. Ik ook trouwens. Prolactine. Nesteldrang.

We hadden beiden een enórme drang om ons nest in te gaan. En om er héél lang niet meer uit te komen.

Meer lezen? Op www.esthervuijsters.nl ga ik vandaag…. met de billen bloot.
Advertisements

Een nieuw jaar….


Op één januari was ik strontverkouden, had ik last van mijn rug en moest kon ik weinig positiefs (over mezelf) bedenken. Dat heb ik soms. Het enige dat dan helpt is binnenblijven. En dat was ook het enige dat ik kón doen. Met al die regen.

Ik vond dat – al met al – het jaar niet fantastisch was begonnen. Ik miste de gezellige drukte van december, ik was moe van de verkoudheid en ik had al helemaal geen zin om weer te gaan werken.
Daarbij kwam dat er nog steeds weinig te melden was over mijn boek – werkelijk, een Russisch vijfjarenplan is er niets bij -, ging er een paar mooie laarzen aan mijn neus voorbij en dreigde er een flink financieël probleem vanwege een verkeerd uitgevoerde interne boeking van mijn hypotheekverstrekker.

Gelukkig lijkt het tij sinds gisteren te keren (en dan bedoel ik niet het tij in Groningen… al lijkt dat ook te keren, gelukkig). We hebben een vakantie geboekt in Zuid-Frankrijk (dit jaar wordt het wildwaterkanoën op de Verdon), mijn geld is teruggestort, de verkoudheid is op z’n retour en vanochtend heb ik eindelijk leuke laarzen gevonden. Oké, met betrekking tot mijn boek ben ik nog niet bepaald optimistisch maar er is leuk nieuws over mijn column in AssurantieMagazine en as we speak zit ik de vragen te beantwoorden voor een ‘echt Esther’ interview. Altijd leuk.

Kortom, ik lach weer en ik schrijf vrolijk verder. Wat 2012 allemaal gaat brengen, ik weet het niet maar het voelt alsof ik de eerste slag al heb gewonnen. Het voelt goed en het komt goed, dat is mijn instelling voor 2012.

Nu alleen nog even tien kilo afvallen.

Woord van het jaar 2011


Jammer, ik ben te laat.

Driehonderdvijfennegentig woorden werden er ingezonden en nu is het klaar. De oproep is van de site af en de woorden weigerambtenaar, wordfeud en plaszak maken alle drie kans op de titel ‘woord van het jaar‘.
Dat heeft de vakjury van Onze Taal vandaag bekendgemaakt. De shortlist is een feit en op 26 november wordt het winnende woord gekozen.

De afgelopen jaren vielen woorden als gedoogregering, ontvrienden, swaffelen en Bokitoproof in de prijzen en dit jaar strijden, naast de drie bovengenoemde woorden, mee: app, Arabische lente, bedrijfspoedel, casinopensioen, eurocrisis, occupy en schuldencrisis.

Echt jammer dat ik te laat ben. Ik er nog wel een paar in willen sturen.

Bijvoorbeeld:

– Regenbogen (het werkwoord)
– Schapenlampjes
– Vrouwenparkeerplaats
– Slaaphandstand
– Pepernotenkilo
– Uggsmoment
– Worstballen
– Lachkieuwen
– Twitterparkiet
– Parketbreuk
– Pintoyeren
– Tutti Frutti woord
– Hooivorkbeest
– Bikinistress
– Apollozweefmolen
– Appelboer
– Boorvrouw
– Mirenaflauwte
– Lasergate
– Kletsengeklets
– Killerkoolmees
– Vervuisting
– TenPages.compoezen

En dan ben ik nog maar teruggegaan tot juni!

Waar stemmen jullie voor? En wat is voor jullie hét woord van 2011? Heb je zelf nog een mooi woord of kies je liever voor iets dat hier genoemd is?

Fruit dan maar weer!


(Heb jij jezelf al gemeld bij de volkstelling? Ja? Super! Nee? Klik dan hier.
)

Wij zijn hier allemaal dol op fruit.

En met stip op een: de watermeloen. Elke week rollen er wel twee of drie van die groene bowlingballen langs de kassa. Heerlijk. ’s Ochtends in stukken snijden en dan uit de koelkast, koud, zoet, sappig de perfecte versnapering voor elk moment van de dag.

Het enige nadeel van een watermeloen is dat je aan de buitenkant niet kan zien hoe ‘rood’ hij van binnen is. En zo kan het gebeuren dat de watermeloen vooral naar water smaakt. En dus koop ik er vaak een paar mango’s bij. Als die rijp zijn, smaken ze altijd goed.

Een mango heeft echter weer een ander nadeel: hij hecht nogal aan zijn pit. Ik snij altijd de zijkanten keurig in blokjes (voor de kinderen) en dan kluif ik zelf de pit af. Maar een mango zit vol draadjes en als dan flink mijn tanden erin gezet heb lijkt ik wel een soort walvis: de baleinen hangen aan mijn boventanden. Niet bepaald chique.

Appels hebben geen van bovenstaande nadelen en vormen de ideale snack. Ze worden hooguit een beetje bruin maar daar is wel een oplossing voor: gewoon met schil eten, is ook beter want meer vitamines. Ik kan verder geen nadeel bedenken behalve dat ik na het eten van appel altijd enorm moet boeren, ja echt waar. (Sorry, misschien wil je dit helemaal niet weten.)

Maar altijd ‘an apple a day’ is natuurlijk wél saai. Paul, de toffe peer, zorgt voor variatie: hij heeft wat met bananen. Hij vermaalt ze tot zalige smoothies. Pauls smoothies zijn erg lekker en erg gewild: een tros bananen is hier altijd zo op. (En dat is dan toch wel weer een nadeel).

Voor de afwisseling koop ik vaak grapefruits en sinaasappels. Voor het eten doe ik dan altijd een schietgebedje: Here laat u dit fruit niet in mijn oog spuiten! Kiwi’s spuiten niet maar daarvan gaan de pitjes tussen mijn tanden zitten ik ze steevast pas na een paar uur opmerk. Aardbeien verrotten snel en ananassen zijn best een toestand om te slachten. (Maar ze zijn wel heel erg lekker.) Kersen vlekken en rode besjes zijn soms zuur. Beide zijn heerlijk in de yoghurt!

Goed, waar gaat dit stukje naar toe. Geen idee. Ik wil alleen maar zeggen dat het juiste fruit kiezen soms best lastig is. En dat fruit superlekker is. Zoals Annabel het vanochtend zo mooi zei: “Mamma, ik denk dat het leven echt minder leuk zou zijn zonder fruit!”

En zo ben ik weer terug bij mijn begin: wij zijn allemaal dol op fruit. En de appel valt niet ver van de boom.

Viooltjes in de regen

Mijn viooltjes staan er wat treurig bij.

Felle kleuren in de regen: ik word er altijd een beetje triest van. Vandaag is de overtreffende trap van gisteren; de motregen heeft plaatsgemaakt voor een hoosbui. Het huis hangt vol met oranje vlaggetjes en op de kast staan sinds vanmorgen tulpen in allerlei kleuren.

Paul is met de kinderen boodschappen doen. Ze gaan waterijs kopen. Als kinderen eenmaal besluiten dat het zomer is, dan is het zomer. Hoeveel regen er ook valt. Tuffy, de valkparkiet, vliegt los en landt op mijn schouder. Hij wil me een kusje geven. Ik vind hem echt een schatje. Behalve als hij ’s ochtends keihard gaat fluiten.
“Pas op of ik haal mijn buks,” zegt Paul dan. Maar dat meent hij natuurlijk niet hoor.

Vanavond gaan we uiteten.
Met mijn schoonouders. Daar heb ik zin in want we gaan voor de spareribs. Ik hou heel erg van spareribs. En van mijn schoonouders. De kinderen gaan ook mee, die zijn helemaal opgewonden omdat ze ‘naar een echt restaurant’ gaan. “Kluifjes eten,” zegt Annabel. Zo leuk. Hun enthousiasme maakt me blij en geeft me een vlinderig gevoel.

Afijn, je zult het al wel gemerkt hebben, ik heb niets te vertellen vandaag. Dit stukje is slechts een weergave van een gewone ochtend in een doorsnee huis. Verdrietige bloemen maar een zonnig hart. Maar haar is nog nat van de douche en het ruikt zo lekker. Er is niet altijd veel voor nodig om blij te zijn. Zoals ik laatst ergens las:

Taste life, it’s delicous.

37: Yummiemummie

“Je bent al echt aan het waggelen,” zegt mijn zus, complimenteus als altijd. “En je helt een beetje achterover. Daar moet je mee oppassen hoor, straks krijg je nog rug- en bekkenproblemen.”

“Ja, ja,” mompel ik afwezig. We staan in een geweldige hippe babyboetiek en ik houd een piepklein petticoatachtig rokje omhoog. “O, kijk wat schattig.”

“Ja, maar niet echt functioneel. Je kunt je geld beter investeren in een paar zachte badstof boxpakjes, daar heb je veel meer aan,” zegt mijn zus, praktisch als altijd.

“Ja, ja,” mompel ik, graaiend in een bak met haarbandjes. Ik vis er een brede band met een kokette strik uit. “Kijk, past precies bij dat rokje. “
“Ja, leuk zo’n kale baby met een haarband,” zegt mijn zus, cynisch als altijd.

Ik moet lachen als ik het voor me zie. “Tja, dan zien ze in ieder geval dat het een meisje is.”

Om mijn zus een plezier te doen, zoek ik nog een T-shirtje uit van zachte katoen en een badstoffen broekje met ruches aan de pijpjes. Als ik aan de kassa voor rokje, T-shirtje, broekje en haarbandje bijna 70 euri moet afrekenen, moet ik wel even slikken. Die baby gaat een flinke aanslag op mijn portemonnee betekenen, zoveel is al zeker.

Even later zitten we in een grand café en neem ik gretig een grote hap van een overheerlijk reuzensaucijzenbroodje die ik wegspoel met een flinke slok warme chocolademelk.

“Jeetje, jij eet echt ongezond. Je moet juist veel groente en fruit eten als je zwanger bent. En volkoren producten en yoghurt en kwark,” zegt mijn zus belerend als altijd.

“Daar ga ik van over mijn nek.”
“Nou ja, je moet in ieder geval echt minder vet eten. Die extra kilo’s moeten er wel weer af hoor. Anders zie je er straks uit als zo’n moeke en dat wil je echt niet.” zegt mijn zus, eerlijk als altijd.

Nee, dat wil ik inderdaad niet. Ik wil er uitzien als een jonge hippe yummiemummie, gesteld dat ik de bevalling overleef tenminste, iets waar ik  nog niet zo zeker van ben.

 “Waarom ga je niet een cursus doen? Zwangerschapsyoga, of zo. Dan beweeg je tenminste nog een beetje, je ontmoet lotgenoten, en je hebt er ook nog iets aan tijdens je bevalling,” zegt mijn zus, adviserend als altijd.

Oké, daar heeft ze wel een punt. Ik heb nog niets ondernomen in die richting en misschien wordt dat inderdaad eens tijd…

Wordt vervolgd…

34: Genieten? Not! (2)

‘Hai Max, met Josien, je nicht.’

‘Hé Josien. Dat is lang geleden.’

‘Ja, je moeder vroeg me of ik contact met je wilde opnemen. Ik ben namelijk ook zwanger!’

‘Goh, wat leuk. Gefeliciteerd.’

‘Ja, heerlijk, hè. Ik geniet er zo van. Zeker nu het echt zichtbaar is. Jij bent toch ook nu in het tweede trimester?’

Ik moet even nadenken want ik vind die tijdsaanduidingen tijdens een zwangerschap nogal verwarrend. Dan weer moet je in weken rekenen, dan weer in maanden en nu weer in trimesters. ‘Eh, ja. Ik ben nu 27 weken.’

‘Wauw, wat super! Ik ook! Zijn we lekker saampjes zwanger! Gezellig, zeg.’

Gezellig? Eh… Stiekem ben ik blij dat Josien in het zuiden des lands is blijven wonen. Naast onze zwangerschap hebben we echt totaal niets gemeen en zien we elkaar alleen op de verplichte familienummers. Maar ja, nu zijn we gezellig samen zwanger.

Eerlijk gezegd voel ik me nu niet extra met haar verbonden ofzo, maar zij blijkbaar wel, want ze kakelt maar door over hoe geweldig het is dat we dit samen meemaken. En dat onze kids nu samen kunnen opgroeien. En dat we elkaar maar veel op de hoogte moeten houden.

Braafjes zeg ik op alles ja, maar no way dat ik met Josien gezellig samen zwanger ga zijn.
Ze besluit het gesprek met me op het hart te drukken toch vooral te genieten van mijn zwangerschap.

Ik word intussen helemaal iebelig van het woord ‘genieten’. Bijna iedereen van wie ik tegenwoordig afscheid neem, zegt niet alleen ‘tot ziens’ of ‘doei’ of ‘dag’ of ‘houdoe’ voor mijn part, maar voegt daar ook nog het standaardzinnetje ‘en geniet van je zwangerschap, hè’ aan toe. Of ik nu afscheid neem bij de verloskundige, bij de bakker of bij de Appie. Altijd maar weer dat ene standaard zinnetje. Goed bedoeld waarschijnlijk, maar razend irritant.

Echt, met de beste wil van de wereld kan ik de term ‘genieten’ niet koppelen aan zwanger zijn. Voor mij hebben die twee echt nul komma nul met elkaar te maken. Ik zie het verband gewoon niet. Je mag niets, je kunt niets, je voelt je een logge koe en op de koop toe wordt je lichaam nooit meer wat het was. Je leven trouwens ook niet, maar dat kan ook nog positief uitvallen natuurlijk. Hoop ik…
Maar van zwanger zijn genieten? Not!

—Wordt vervolgd—