Vandaag is roze

Wat was de lucht mooi roze vanochtend!

Jammer genoeg bedacht ik pas achteraf dat ik er wel een foto van had kunnen maken. Ik was nog niet echt wakker geloof ik. Dat komt, ik had gisteravond bij de buurvrouw net één slokje rosé teveel gedronken. En die was ook al zo mooi roze, die wijn. Ik droomde over roze olifantjes vannacht.

Het kokosbrood dat ik op mijn cracker deed was ook mooi roze. En Annabel had een roze T-shirt aan. En Lizzy roze sokken. Ze zagen er weer heerlijk blozend uit, mijn meisjes. Met hun roze wangetjes. Toen we naar buiten liepen rook het lekker pittig, naar herfst en het roze licht gaf alles een prachtige gloed. “Wat is het mooi vanochtend,” zuchtte Lizzy.

Ik voelde hun twee handjes in de mijne glijden. Zo liep ik rustig naar school. Met roze in mijn hoofd.

En een roze bril op mijn neus.

Advertisements

Verrassend!

We doen een spelletje.

“Woordcombineren,” heet het. Twee plaatjes vormen samen één nieuw woord. Een plaatje van een vis en een plaatje van een kar wordt ‘viskar’. Ik heb de indruk dat Annabel het principe nog niet helemaal begrijpt, dus begin ik met Lizzy. Ik wijs op de eerste twee plaatjes.

‘Strand’, en ‘bal’ wordt samen?”
“Makkie. Strandbal.
“Ja. De volgende is voor jou Bel.”

Ik wijs op een plaatje dat ‘vuur’ voorstelt en een eentje waarop een ‘toren’ staat afgebeeld.
Annabel zegt niets.

“Het is echt simpel Annabel,” helpt Lizzy. Ze tikt met haar vinger op het vuur en op de toren. “Als je ‘vuur’ en ‘toren’ bij elkaar doet, wat krijg je dan?”

Annabel denkt even na en zegt dan: “Brand?”

Haantje


Zodra Tuffy Annabel hoort (of ziet) ‘slaat hij aan’.

Hij tilt zijn koppetje op, gooit zijn kuif plat en zingt uit volle borst. Het is leuk om te zien hoe hij echt zijn best doet zo mooi mogelijk te fluiten.

Als Annabel hem dan uit zijn kooi haalt, tilt hij zijn vleugeltjes op ten teken dat hij wil ‘knuffelen’. Annabel legt vervolgens een hand om hem heen en wrijft haar wang tegen zijn buikje. Tuffy maakt daarbij een soort spinnend geluid (wat doet vermoeden dat we hier te maken hebben met een gereincarneerde kat). En hij geeft kusjes. Zo zijn ze altijd samen, Jut en Jul, Tuf en Bel.

Gisteravond kwamen we laat thuis. Annabel was in de auto in slaap gevallen dus droeg ik haar direct naar boven. Daarna haalde ik, samen met Lizzy, de spullen uit de auto. Tuffy, duidelijk op zoek naar zijn vriendinnetje, sprong als een puppy op en neer. (“Pick me! Pick me!”). Hij floot opgewonden. Lizzy deed het deurtje van de kooi open. Op hetzelfde moment begon Annabel boven te hoesten. Aangezien Lizzy en ik alleen leuk zijn als Annabel er niet is, bedacht het valkje zich geen tel en vloog luid kwetterend naar de trap. Hij zette de koers naar boven en landde in de slaapkamer bovenop knuffel Vred (de grote broer Ed). Daar, naast de slapende Annabel, begon hij heel zachtjes te fluiten.

Anderhalf uur heeft hij daar gezeten. In alle rust. Wakend en fluitend naast zijn Doornroosje. Toen ik tussendoor even om de hoek keek, wierp hij me een hooghartige blik toe. Alsof hij wilde zeggen: je ziet toch dat ik op haar let?!

Om tien uur ging ik hem halen. “Tuffy,” zei ik, “bedtijd” (stoktijd?)” waarop het haantje me boos in mijn vinger pikte.

Bloed(nerveus)

Ik word opgewacht door een vrouw.

“Ja?” Ik kijk langs de vrouw heen; niemand. De ruimte is donker. “Ik kom bloed geven.” De vrouw trekt haar wenkbrauwen op.
“O,” zegt ze. “Maar we zijn gesloten op maandagochtend.”

Nou zeg.
Heb ik eindelijk eens tijd, is de bloedbank dicht. ‘Kunt ú me niet prikken’, wil ik vragen. De vrouw lijkt mijn gedachten te lezen. “U wilt echt niet dat ik u ga prikken hoor.” . Ze wijst op de kaart aan haar jasje. “Schoonmaakbedrijf Dinges.”

“Ze staan op de kaart,” zegt de schoonmaakster. “De openingstijden.”
“Vanaf negen uur bereikbaar heb ik gezien,” zeg ik.
“Dat is de bellijn.”
“O. Wat suf. Nou ja, laat ik het maar op de maandagochtend houden.”
“Nee, dan zijn we dus gesloten.”
“Ik bedoel, omdat ik niet goed gelezen heb. Maandagochtend vroeg.”
“O, dat begreep ik niet. U kunt wel bellen.”
“Ja, dat had ik gezien. Maar ik had het verkeerd gezien. Snapt u? Maar nu snap ik het wel hoor. Vandaar die maandagochtendopmerking.”

(…)

“Mevrouw?”
“Ja?”
“Ik ga weg voordat dit gesprek nóg moeilijker wordt.”

Het Oktoberfest

Zelfs de grootste ‘familyman’ moet er af en toe uit.

Even flink van de ketting, even doorhalen zonder gestoord te worden. Geen ‘waar blijf je nou’-smsjes van moeder de vrouw en geen gemopper van de kinderen (om zeven uur ’s ochtends) dat de slaapkamer naar bier stinkt.

Het Oktoberfest (volgens de feestalmanak ‘Duits voor Oktoberfeest’, gelukkig dat ze het even vertalen, anders dacht ik dat het over een vest ging dat je alleen in oktober mocht dragen) is inmiddels in volle gang. Het is lekker ver weg. En er is bier. Kortom, de perfecte gelegenheid om aan de werkelijkheid te ontsnappen.

Ze gingen met het vliegtuig. Dat leek ze beter. Ze zouden weinig slapen en veel drinken, zo’n weekend zou het worden. Er was een kamer geboekt in heen hotel vlak bij het feestterrein. Zaterdagochtend om elf uur kreeg ik de eerste foto – verstuurd vanaf de blackberry – ze hadden hun eerste liter te pakken.

Om half één ging ik naar bed. De slaapkamer was groot en leeg. (Nog even gezocht naar verdwaalde Kletsen maar die lagen netjes in hun eigen bed.) “Wat zouden ze nu doen?” dacht ik. Ik hoopte maar dat ze niet in Lederhosen met Frauen aus vollem Halse (= rondborstige vrouwen) zouden dansen.

De volgende ochtend om acht uur kreeg ik alweer een smsje. “Zitten aan een heerlijk ontbijtje.” Zozo. Die waren er vroeg bij. Zeker de hele nacht doorgegaan. “Lekker brak?” smste ik terug? Direct daarna kreeg ik antwoord: “Gingen om 19.00 uur even liggen voordat we verder zouden gaan. Werden pas vanochtend weer wakker.”

Tot zover de avonturen van de jonge vaders op het Oktoberfest.

Oei, ik groei ook!

Lizzy heeft weer een aanval.

Ze heeft last van acute herfsthysterie. Als het regent moet ’s avonds het licht aan, als het onweert raakt ze in paniek. Het is vroeg donker en opeens is alles weer eng. Ze kan niet slapen. Er is een jongetje van elf vermoord, heeft ze gehoord. In haar hoofd worden er nu voortdurend jongetjes van elf vermoord.

“Ze maakt weer een sprongetje,” zegt Paul. Paul heeft ooit het boek ‘Oei, ik groei’ (‘de tien sprongen in de mentale ontwikkeling van je baby’) gelezen en daar is hij een beetje in blijven hangen. Na “Het is een fase” is “Ze maakt een sprongetje” zijn favoriete uitdrukking.

En ze maakt inderdaad een sprongetje. Richting ons bed wel te verstaan. En daar ga ik dus niet mee akkoord. Als alle toestanden van de afgelopen tijd me één ding hebben geleerd, dan is het wel dat je een kind niet helpt door de angst te bevestigen. En dus ben ik streng. Ik stel haar gerust en doe vervolgens oordoppen in.

“Ik heb het goed gedaan hè?” zegt Lizzy als ze keurig om zes uur bij me in bed kruipt. Ik knik. “Je hebt lekker in je eigen bed geslapen.” Tevreden doen we nog even onze ogen dicht. “Dat heb je goed aangepakt,” zegt Paul. “Je hebt duidelijk een sprongetje gemaakt.”