Zie ginds komt de stoomboot

Fokkenist.

Toegeven, het klinkt als een vreemde hobby. Zelfs voor Paul.(“Wat doe jij?” “Ik ben fokkenist.”) Toch vaart hij inmiddels geruime tijd met veel plezier op de botter. En als die botter dan opeens uitvaart als de Sint aankomt, wordt ‘fokkenist zijn’ opeens heel interessant. Vooral voor de kinderen.

En zo zaten we gister met z’n allen op het open water. We gingen aan boord in dorp X en voeren naar plaats Y, alwaar we de stoomboot opwachtten. Al gauw kregen we een paar pieten in het vizier en meerde de stoomboot aan. Naast onze botter.

Daarna (achter)volgden we de Sint en de Pieten per boot terug naar dorp X. Lizzy lag al die tijd op de plecht en hield de Goedheiligman goed in de gaten. Annabel vond het een beetje koud, dus die was in ‘t vooronder gedoken. Echter wanneer de pieten vanaf hun boot snoep naar ons toegooiden, was ze niet te beroerd haar neus te laten zien.

Hieronder volgt een fotoverslagje waarvan de beelden voor zich spreken. Rest me nog even een onderschrift te geven bij de laatste foto: “Zo,” zei Paul tegen Lizzy. “Sta jij op de foto met een echte Piet!” Waarop Lizzy opmerkte dat ze zich afvroeg of het wel een ‘echte’ was. Want: “Volgens mij was deze geschminkt.”

Effesneleenstukkietussendoor

Bericht van Bezig Bijtje.

Eerst bracht ik de kinderen naar school (drie stuks want leenkind), daarna moest ik hun tasjes pakken want het spul gaat ’t weekend logeren. En ik moest krentenbollen regelen voor in de auto. We rijden namelijk direct door.

Als ik de kinderen heb weggebracht moet ik de trein halen. Die van 15.28 naar Amsterdam. Als het goed is staat vriendin F. daar op mij te wachten. Evengoed moeten we vervolgens éérst naar haar huis om mijn spullen daar te brengen. Ík ga vanavond namelijk óók logeren!

Vervolgens moeten we rattenrap wat eten want we moeten op tijd in Carré zijn voor de voorstelling van Najib Amhali. Daarna staat nog een borrel met de ex-collega’s op het ex-werk van vriendin F. op het program. Kortom, het is en wordt een drukke dag.

Denk aan mij. Ik heb het zwaar.

Ramptoeristen

Ik zette de kop koffie naast de computer.

Ondertussen schoof ik Lizzy’s gitaar opzij. En dat was niet slim. Doordat de klankkast een beetje draaide, maaide de hals mijn koffie om. Plets, de hele ochtendkrant in sepia.

“Kú-O nee!” riep ik uit. “Wat is K-o-nee?” vroeg Annabel. Als kleine ramptoeristjes kwamen de kinderen aangesneld. Belegden meteen een persconferentie. “Waarom doe je dat?” “Is dat koffie?” “Ben je nu boos op jezelf?”

Ik zuchtte even diep. Bah. Ik had net zo’n zin in die koffie. En in de krant. In plaats daarvan moest ik nu poetsen. Ik beantwoordde geen van de vragen en liep verdrietig naar de keuken. Om een dweil te halen.
Jut en Jul dribbelden achter me aan. Uit het keukenkastje pakten ze beiden een vaatdoekje. “Wij helpen je wel hoor,” zei Lizzy. “Wij maken het schoon,” zei Annabel. “Dan kan jij nieuwe koffie pakken.”

En toen was ik niet meer verdrietig.

Opzij opzij opzij

Ik heb me rot gehaast gisteren.

’s Ochtends zwemmen met Annabel. Tussen de middag Lizzy en haar overblijfvriendinnetje ophalen. Lunchen en weer terugbrengen naar school. De hulp had afgebeld dus tussendoor het huis poetsen. Lizzy ophalen en naar zwemles brengen. Kijkles. Wachten in het zwembad.

Thuis potje koken. Ondertussen keuken schoonmaken. Eten, wassen en was opvouwen. ’s Avonds weer naar het zwembad (derde keer) voor aquarobics. Snel Lizzy’s badpak en handdoek zoeken want die hadden we ‘s middags laten liggen. Na aquarobics hard fietsen naar huis. De laatste was opvouwen en naar bed. Pfoe.

Ben blij dat ik vandaag weer ‘gewoon’ op kantoor zit.

Trots!

De kleuters waren onrustig.

Juf liep door de klas. Ze was – met een rood hoofd – spulletjes aan het klaarzetten. Voorbereiding voor het Paasfeest. De twee andere hulpmoeders (en ik) zaten op een tafeltje te wachten.

“Vind je het goed als ik ze een verhaaltje vertel?” hoorde ik mezelf opeens zeggen. Juf keek me verrast aan. “Nou, graag. Het paasboek ligt op tafel.” “Ik doe het liever uit mijn hoofd,” zei ik.

Ik nam plaats in de kring. Op de stoel van de juf. Het moedigste kind merkte op dat ik daar niet mocht zitten. “Vandaag wel,” diende ik hem van repliek. “De paashaas heeft het zelf gezegd.” Twintig paar ogen keken me verwachtingsvol aan.

Ik vertelde een verhaaltje over het ei. Het ei lag in een weiland en niemand van de dieren wist van wie het ei was. (Vrij naar het verhaaltje van Dick Bruna.) “Waarom kon het ei niet van de haan zijn?” vroeg ik de kinderen. Tien handen schoten in de lucht. Allemaal wilden ze vertellen waarom het ei niet van de haan kon zijn. Of van de poes. Of van de kikker.

Mijn voordracht duurde een kwartier. Toen was de juf klaar met de spulletjes. Géén van de kleuters was van zijn of haar stoeltje afgekomen. Allemaal hadden ze ademloos geluisterd. En meegedacht. Het ei kwam uiteindelijk gelukkig goed terecht.

Bij de paasworkshopjes wilden ze allemaal in het groepje ‘bij de moeder van Lizzy’.

Bizar

Draait ze nou met de klok mee of tegen de klok in?

Zie je de dame met de klok mee draaien, dan ben je een rechterhersenhelft ‘gebruiker’. Draait ze voor jou tegen de klok in,
dan geef je de voorkeur aan de linker.

De meeste mensen zullen de dame tegen de klok in zien draaien. Wanneer je je goed concentreert kan je haar van richting zien veranderen. Kijk maar eens of het lukt.

LEFT BRAIN FUNCTIONS
uses logic
detail oriented
facts rule
words and language
present and past
math and science
can comprehend
knowing
acknowledges
order/pattern perception
knows object name
reality based
forms strategies
practical
safe

RIGHT BRAIN FUNCTIONS
uses feeling
“big picture” oriented
imagination rules
symbols and images
present and future
philosophy & religion
can “get it” (i.e. meaning)
believes
appreciates
spatial perception
knows object function
fantasy based
presents possibilities
impetuous
risk taking