Vakantie!

Es Kofferstress checkt in!

Nee hoor. Grapje. Geen kofferstress. ’t Is meer koffiestress want het apparaat was overstroomd. Sterker nog, ik ben nog niet eens begónnen met pakken. Maar ik heb dan ook nog de hele dag de tijd. Paul gaat straks met de Kletsen naar het zwembad en dan ga ik op mijn gemakje alles inpakken. Met mijn lijstje (meenemen.nl) erbij én mijn vakantie dagboek van vorig jaar (‘ik ging op vakantie en vergat:’) moet dat goed komen.

Er schuilt trouwens wel een gevaar in deze verdeling (man weg met kinderen, vrouw pakt in); zo-even werden we gebeld door vrienden die vannacht al zijn vertrokken naar Caldonazzo. Zíj had alles ingepakt en hij mocht zich nergens mee bemoeien. Dat nam hij dusdanig serieus dat hij zijn portemonnee vergat. (Zij: “Portemonnees vallen niet onder het inpakbeding.” Hij: “Hoe moet ik dat nou weten?”) Gelukkig kunnen wij hem nog meenemen.

Goed opletten wie wat meeneemt dus. Ik heb inderdaad de neiging om vooral voor mezelf en de kinderen te zorgen en Paul af te schepen met een verschoten zwembroek. Om die reden hebben we ook al eens zonder scheerapparaat in Zuid-Frankrijk te staan. Zit er in zo’n tent eigenlijk een stopcontact, zit ik me nu te bedenken. Goed, dat ga ik dus eerst maar eens nakijken. Wennen hoor, kamperen.

Afijn. Over twee weken horen jullie er alles van. Vannacht vertrekken we en maandag negen augustus ben ik weer terug. Tot dan!

Tuffy is ook op vakantie. Hij logeert bij opa en oma.
Hier in de auto. Netjes in de gordels.

Advertisements

Bijna vakantie III

Het bankwereldje zit vol met Pakken.

En het valt niet mee om de hóófden, die bovenop die Pakken zitten, uit elkaar te houden. Daarbij komt dat de Pakken mij meestal wel herkennen. Ten eerste schrijf ik een column in een vakblad, ten tweede ben ik (onderdeel van) een minderheid (vrouw) en ten derde draag ik geen Pak. Het leidt soms tot genante situaties waarin ik enthousiast wordt aangesproken terwijl ik géén idee heb met wie ik het genoegen heb.

Laatst waren we ‘losgelaten’ in een soort pretpark. Tussen de ‘gewone’ mensen. ’t Was een uitje van de één of andere verzekeringsmaatschappij. Paul was mee, de kinderen ook. Beetje netwerken, beetje gezellig doen en na afloop een leuke foto mee. Dat werk. Afijn, ik had hier en daar al op goed geluk wat gegroet en gegrinnikt, gokte wie er bij ons ‘clubje’ hoorde (want niemand droeg een Pak), toen ik een man zag die me erg bekend voorkwam. Geen idee op welke afdeling hij zat, maar ik kende hem zeker. Ik besloot me van mijn beste kant te laten zien en groette hem enthousiast.

“Hoe gaat het met je?” (ik)
“Goed. Met jou?” (hij)
“Prima. Uitstekend. Leuk hier hè? Beetje naar je zin?” (ik)
“Jazeker.” (hij)
“Mooi. Mooi. Nou, ik spreek je later nog wel.” (ik)
“Dag.”(hij)

Paul keek me een beetje vreemd aan toen ik me weer bij hem en de kinderen voegde. “Hoezo,” vroeg hij “stond jij met Paul Rosenmöller te praten?”

Bijna vakantie II

Tijd voor actie.

Voor zover je een tentoonstelling in het Veluws museum tenminste ‘actie’ kan noemen. (Anderzijds, met vijfendertig graden vind ik het al snel actie.) Alice in Wonderland was het thema. Mooie platen, een levensgrote Alice en replica van het ‘piepkleine’ deurtje. Voor de kinderen was er een speurtocht. En een televisie met de Disneyfilm.

Na de tentoonstelling (klein maar leuk) togen we naar het naburige theehuisje waar, op vertoon van ons Alice-kaartje, een kopje thee (drink mij!) en een handgemaakte bonbon (eet mij!) geserveerd zouden worden. Dat bleek echter alleen voor volwassenen, dus bestelde ik voor de kinderen apart Icetea en bonbons.

Onze ober bleek een jongen met een verstandelijke beperking. En hoewel de bonbons gewoon op de kaart stonden, weigerde hij ze te serveren. “Bonbons horen bij thee of koffie. Niet bij Icetea.” Ik gaf hem mijn Alice-kaartje en herhaalde nogmaals mijn bestelling. De jongen keek wantrouwig naar mijn kaartje (Who the fuck is Alice?), maar nam het uiteindelijk aan.

Even later kwam hij terug. Met een kopje thee. En één bonbon. “Geen extra bonbons. Ook geen Icetea. Mag niet met dit kaartje.” De jongen had het nog niet gezegd of hij was alweer verdwenen. “Het lijkt het theepartijtje van Alice wel hier,” grinnikte ik. “Alleen heeft de Hatter hier geen hoed op.” We deelden de bonbon. En de thee.

De Maartse Haas
liet zich niet zien.

Bijna vakantie I

Nog vier dagen.

Onder het motto ‘doe eens wat nuttigs met uw vakantie’ besloot ik de diepvries te ontdooien. Ik zou ervoor zorgen dat hij leeg was, zodat ik hem kon schoonmaken. En zodat hij tijdens de vakantie ‘uit’ kon. Spaarde weer stroom.

Afgelopen zondag had ik diepvriestechnisch al een aardige slag gemaakt; onverwachts kwamen vrienden eten dus een groot deel van de inhoud was inmiddels via de barbecue in onze magen verdwenen. De ingevroren cassave had ik gefrituurd, oude soep weggedaan en de doperwten opgewarmd.

De Kletsen vonden het een mooi werkje; zij moesten zorgen dat voor woensdag alle waterijsjes op waren. En zo kwam het dat ik gisteravond alweer aan de laatste lade toe was. Verstopt onder ettelijke zakjes ijsklontjes vond ik tot mijn grote verbazing (en, eerlijk is eerlijk: vreugde!) een fles Limoncello. “O ja,” zei Paul. “Die heb ik een keer voor jou gekocht.”

En zo kwam het dat ik gisteravond in de tuin zat te genieten van een heerlijk glaasje ijskoude Limoncello. De diepvries is nu bijna leeg. Er liggen alleen nog zes ingevroren pakjes satehstokjes (met saus) en die eten we vanavond op.

En die fles Limoncello? Die komt wel op.
Hihi.

Rapport voor mamma

De Kletsen hebben iets nieuws.

Het rapport voor mamma, dat zo’n tien pagina’s telt, brengt mamma’s functioneren in kaart. Met behulp van tientallen vragen, tekeningen en stickers wordt een beeld geschetst van het gezin, van mamma en haar complete doen (en vooral ook: laten). De Kletsen zijn druk met het invullen van mijn rapport, nemen het heel serieus. Ik mag het pas helemaal lezen als het klaar is. Ik doe of het me allemaal worst zal zijn, maar stiekem ben ik toch wel erg benieuwd.
Wat voor soort mamma vinden zij dat ik ben?

Tipje van de sluier.
Op de vraag: “Wat zegt mamma heel vaak?” Antwoordden de meiden: “Opruimen.” En bij de zin: “Mijn moeder kan heel goed….” vulden ze in: “Kletsen.”

Zodra het rapport af is ontvangen jullie uiteraard een volledig verslag.

* PS Er is ook een Rapport voor pappa. De rapporten zijn te koop bij de betere boekhandel.

Rode gloed

Beste John,

Mijn haarkleur is donkerblond, ik heb het een paar keer donker bruin gekleurd. Nu zit er dus een roodachtoge tint in, tevens straalt het een rode gloed uit. Ik ben nu een tijdje bezig om deze kleur te laten uitgroeien. Mijn haar is nu een stuk lichter geworden, een soort donker-midden blond met een klein beetje een rode gloed. Nu wil ik graag highlights in mijn haar laten zetten. Moet ik bang zijn dat de highlight een rode gloed uitstralen? Want dat wil ik niet! Ik wil het graag mooi blond, op een grijs/zilverachtige manier. Hoe doe ik dit?

Alvast heel erg bedankt!

Groetjes Mijke

Halo Mijke,

Het is inderdaad een risico om je haar wat warmte in de kleur heeft te ontkleuren. Bij ontkleuren komt altijd warmte vrij, laat staan als er al warmte in je kleur zit. Wij werken met een speciale kleuring van Sunglitz waarbij je wel naar het haar kan kijken en de kleuring kan aanpassen. Om toch zo’n mooi mogelijke highlights te krijgen. Dat is de enige manier om de warmte in je highlights te voorkomen. Daarnaast kun je als ze in het haar zitten het haar wassen met een speciale shampoo van Sunglitz, die ervoor zorgt dat het gelige en oranje uit je haar worden gehaald. Daarna de tone & Shine als conditioner met de kleur platinum blonde om ook de kleur zo koel mogelijk te maken.
Het is lastig om te zeggen of het bij jou haar kan omdat ik je haar nu niet kan zien. Maar er zijn verschillende opties.
Graag tot ziens in de salon. De producten die er omschreven staan kun je bekijken en aanschaffen via http://www.johnbeerens.com

Kinderloos

Ik ben al vanaf woensdag kinderloos.

En dat bevalt me best. Tenminste, dat bevalt me nú best. Woensdag beviel het me helemaal niet. Ondanks de gezellige (en natte) avond in de Italiaanse pizzeria. Ze waren weg. Veel te lang weg.

En ja, daar had ik moeite mee. Ik miste de nachtzoentjes, hun slapende lijfjes en het slaapdronken gebrabbel. (Het zijn niet voor niets Kletsen. Ze kletsen zelfs in hun slaap.)

Donderdagochtend heb ik ze gebeld, ze hadden het heerlijk. “Missen jullie mamma?” “Nee hoor.” Ah. Die onvolprezen eerlijkheid van het kind. Toch voelde ik me die dag alweer een stuk beter. ’s Avonds ging ik even de stad in met Paul. Hoe lang was het geleden dat we samen op een terrasje hadden gezeten?

Gisteren kwam de échte rust. Een hele dag voor mezelf. Boodschappen doen, naar het olie-vrouwtje. Ik had zelfs tijd om uitgebreid de krant te lezen én de .next Sudoku te maken. ’s Avonds ‘dineerden’ Paul en ik met hapjes voor de TV. We sliepen wederom heerlijk.

En vandaag?
Vandaag ben ik de rust zelve. Niet langer ben ik een moeder met heimwee naar haar kinderen. Ik ben gewoon mezelf. Ontzettend mezelf. En daar geniet ik van.

Van het uitslapen. De latte op bed. Het rustig douchen. Ontbijten. Open tuindeuren. De regen, glinsterende druppels op het raam. Een vakantiekaart. Een sms. De winkels die misschien wel en misschien niet door mij bezocht gaan worden. Mijn man op de bank. Wilde perziken. Fietsen naar de bakker. Een broodje met filet americain. Verse bloemen voor het raam. Van de onverdeelde aandacht.

Vandaag geef ik het ruiterlijk toe: even zonder kinderen is heerlijk. Jammer dat ik ze vanmiddag weer moet halen. Het was veel te kort.