Vandaag op instagram …

vandaag

Advertisements

Van School naar Schoorl


Dat was een fijn weekend!

Allemaal heel erg bedankt voor de leuke felicitaties via blog en facebook. Het maakte dat ik me bijzonder jarig voelde en dat was nodig want het was voor het eerst (sinds ik Paul ken) dat ik een verjaardag zonder mijn man vierde. Hij stond nog beurs te zijn op de beurs in Noorwegen en kwam pas heel laat ’s avonds thuis. Toen waren wij al weg.

Overdag werd ik flink getrakteerd op taarteters. Reuze leuk want ik had toevallig best veel taart gehaald. Ik werd verrast met leuke cadeautjes en, zoals jullie zien, een mooie tekening. Van wandelvriendin B. kreeg ik een notitieblok van Plint met ‘te doen’ lijstjes waartussen een aantal ‘lekker niet doen’ lijstjes gevoegd was. Briljant, vooral omdat ik toevallig van plan ben om komende week een flink aantal dingen niet te gaan doen, dus daar kan ik wel een lijstje bij gebruiken.

Na Schooltijd was het Schoorltijd. Ik stapte dorstig in de auto – was vergeten een flesje water mee te nemen – en verheugde me op een kop thee aldaar. Halverwege werd ik slaperig en ruilde ik in gedachten de thee voor koffie maar tegen de tijd dat we aankwamen (flink wat file verder) had ik alleen nog maar zin in een verjaardagswijntje.

En die kreeg ik. Sterker nog, ik kreeg een ouderwetse familieverjaardag! In het huisje hingen slingers, op het raam hing ‘gefeliciteerd’, ik kreeg cadeautjes en er werd voor me gezongen. Mijn moeder had lekker gekookt en ’s avonds keek ik met ‘de meiden’ (dwz de Kletsen, schoonzus en ik) gezellig naar The Voice Of Holland terwijl we met dekentjes op de bank lagen. Ik ging slapen als een tevreden mensch.

De volgende ochtend voegde Paul zich bij ons en na de gebruikelijke ‘o-pappa-we-hebben-je-zo-gemist-en-heb-je-een- cadeautje-voor-ons-meegenomen’ begroetingen gingen we lekker naar het strand. Het was niet superwarm en het waaide maar de zee was zeer aangenaam! Voor we het wisten lagen de meisjes allemaal in het water, en dat in september!

Het bleef het hele weekend droog. We speelden in het speeltuintje, we barbecueden en aten bedorven verjaardagstaart (“mamma? wat is dit groene spul?”). Veel te snel was het weekend voorbij en zaten we alweer in de auto terug naar huis. Met twee boze meisjes die vonden dat het weekend nog helemaal niet was afgelopen en dat het maar stom was dat ze bij oma wegmoesten. Van Schoorl naar School, nou, daar hadden ze heus geen trek in.

Natuurlijk zei ik – heel pedagogisch – dat aan alle goede dingen eens een einde komt. En dat het einde weer het begin is van iets nieuws, iets anders, dat ook vast weer heel leuk wordt. Maar ondertussen dacht ik, wat klets ik toch. Ze hebben gewoon helemaal gelijk. Van Schoorl naar School, daar is toch stom?!


Een leuk idee van één van mijn lezers: allemaal op ‘ons’ eigen boek stemmen! Ga naar de pagina van NSpublieksprijs (KLIK), vul bij eigen keuze Je Kan Er Maar Beter Om Lachen in en stem. Als je zin hebt natuurlijk.

Ik ga het doen!


Ik heb besloten. Ik ga het doen.

Maandag zestien mei wordt er een ringetje op mijn oog geplaatst, gevuld met twintig procent alcohol. (Soort schnapps?) Het bovenste laagje van het hoornvlies van mijn beiden ogen wordt hiermee week gemaakt. En verwijderd. Hierna zijn mijn ogen klaar voor hun laserbehandeling. Yummie!

Paul heeft voorlopig van de behandeling afgezien. “Ga jij maar eerst,” zei hij, “het is niet handig als we straks alle twee blind zijn.” De optimist.

Ook de kinderen hebben zo hun bedenkingen over de naderende operatie.
“Maar mamma,” zucht Lizzy constant. “Ik vind je zo leuk met een bril op!”
“Ja,” knikt Annabel. “Met een bril ben je zo mámma!”

Samenvattend kan worden gezegd dat mijn gezinsleden niet overlopen van enthousiasme.

En toch ga ik het doen. Tegen Paul zeg ik dat hij niet zo moet overdrijven. De kinderen stel ik gerust met een (toekomstige) leesbril. Het lijkt me heerlijk om straks scherpziend door het leven te gaan. Nooit meer krassen op mijn uitzicht. Geen lenzen meer die zoekraken ergens achter mijn oogbal. Geen bril meer op mijn gok en jeuk achter mijn oren van de pootjes. Altijd en overal de nerfjes in de blaadjes zien.

Op maandag zestien mei gaat het gebeuren. Paul gaat met me mee en de hele week daarna ben ik vrij.
“Krijg je dan ook zo’n rood-witte stok?” informeerde Lizzy.
“Of een hond?” voeg Annabel hoopval.
“Als het goed is niet, schatjes,” lachte ik. “Maar het kan geen kwaad als jullie mij rond die tijd een beetje helpen door mijn ogen te zijn.”

Ik lees over de werking van de laserbehandeling. Valt allemaal best mee. “Neem veel rust,” staat er in de folder. “Slapen bevordert het genezingsproces!” (Alleen dit vind ik al een reden om tot operatie over te gaan!)
Zelfs het ringetje dat op mijn oog geplaatst wordt vind ik niet eng. Dat komt natuurlijk door die twintig procent alcohol, dat klinkt heel vertrouwd. Ergens staat ook dat ik een spuit in mijn oog krijg, “vergelijkbaar met een prikje bij de tandarts” Best raar. Mijn tandarts prikt nooit in mijn oog.

Ook lees ik dat ik vanaf nu geen lenzen meer mag dragen. Nou ja, dat overleef ik wel. Maar dan wordt het onverhoopt tóch een beetje eng! Op de laatste pagina, bij de do’s en don’ts lees ik dat ik een week voor de behandeling geen make-up meer mag gebruiken.

Wat?

Maar die week heb ik twee feesten! En ik moet gewoon werken! En zonder oogpotlood en mascara heb ik een onwijs blote billen gezicht! En dan mag ik ook nog eens geen lenzen in?! Dan kan ik net zo goed meteen stoppen met het ontharen van mijn oksels en benen en bordje ‘veganist’ omhangen. (Als ik nou op tijd stop met scheren en epileren, dan ben ik tegen die tijd wellicht dusdanig overwoekerd dat niemand me meer herkent!)

“Nu zie je toch echt een beetje pips hoor!” zegt Paul als hij een kopje thee voor me neerzet. “Toch wel een beetje spannend?”
“Schat,” zucht ik, “Je hebt géén idee!”

Maar even terzake, heeft iemand een paar luisterboeken te leen voor me?

Verschil moet er zijn

“Met wie zit jij nou weer aan de telefoon?”

Ik blijf rustig zitten op het aanrecht. “Hmm. Oké. Hm.” mompel ik, terwijl ik mijn blik strak op mijn wiebelende tenen gericht houd. Geïrriteerd probeert Paul me ‘opzij’ te schuiven zodat hij bij de koelkast kan. “Dan zie ik je vrijdag,” sluit ik het gesprek af.

“Wie was dat?” vraagt Paul nogmaals. “Vriendin F.,” zeg ik. “Ik ga daar vrijdag heen, dat moesten we nog kortsluiten.” Paul fronst. “En dat duurt ruim een uur?” “Ja,” bevestig ik rustig. “Dat duurt ruim een uur.” Paul haalt zijn schouders op (‘vrouwen’) en verlaat de keuken.

Halverwege de gang rinkelt zijn mobiel. “Met Paul,” neemt hij op. “Hé vriend A. Een biertje drinken? Lekker. Tot over vijf minuten.” Triomfantelijk stopt Paul zijn mobiel terug in zijn broekzak en pakt in één vloeiende beweging zijn jas. “Kijk,” zegt hij. “Zo kan het ook.”

Reisverslag III

De eerste dagen

Gelukkig hadden we op het strand geen last van muggen. Maar daar loerden weer andere gevaren. Zo werd Liz, onze antiheld, in haar been gebeten door een krab. (Ik zag meteen zo’n kwaad, knalrood ‘wegwezen!’ exemplaar voor me, maar Liz kon er niet om lachen.) Het duurde een hele dag voor ze weer de zee in durfde.

En waar Liz bang bleef voor krabben, had Bel zo haar eigen angsten. De kleine klets had namelijk ‘gezien’ dat er haaien zaten in het blauwe water van onze Lido. En het was dan wel heel spannend om páppa overboord van de waterfiets te gooien, zelf wilde ze op open zee het water niet in. “Ik durf niet,” zei ze dan. “Straks komt die haai er aan en ik ben natuurlijk superlekker!”

Wat trouwens niet ‘superlekker’ was, was de lokale koffie. We hadden zo’n gietijzeren Italiaans geval in de caravan staan, maar daar kon ik niet mee overweg. Na diverse mislukte pogingen (Paul: “Probeer je me te vergiftigen?”) besloot ik de buurt om raad te vragen. Dat leverde weinig op. Buren één hadden hun Senseo mee. Buren twee dronken oploskoffie en buren drie legden alles in dusdanig rap Italiaans uit dat ik er geen chocola van kon maken. Laat staan koffie. Uiteindelijk bleek het eenvoudiger de latte macchiato maar gewoon bij de strandtent te halen.

Overigens ging het verder met mijn Italiaans best redelijk (twee jaar Italiaanse les gehad, in een grijs verleden). Jammer dat mijn eerste volzin (“E libero questo posto?”) niet begrepen werd (niet verwonderlijk; het bleken Hongaren) maar verder kon ik me prima verstaanbaar maken. En toen vriendin F. arriveerde (opgehaald vanaf vliegveld Marco Polo bij Venetië) werd het nog beter omdat we samen Italiaans konden praten.

Tot grote ergernis van Paul die ons nogal vermoeiend vond. Dat loste hij zelf overigens prima op. Hij ontvluchtte ons categorisch door met de nieuwe Nintendo DS Mariospelletjes te spelen. De verslaving nam uiteindelijk dusdanig verontrustigende vormen aan, dat F. op een gegeven moment zelfs vroeg ‘of Mario ook een biertje wilde’.

Zie ginds komt de stoomboot

Fokkenist.

Toegeven, het klinkt als een vreemde hobby. Zelfs voor Paul.(“Wat doe jij?” “Ik ben fokkenist.”) Toch vaart hij inmiddels geruime tijd met veel plezier op de botter. En als die botter dan opeens uitvaart als de Sint aankomt, wordt ‘fokkenist zijn’ opeens heel interessant. Vooral voor de kinderen.

En zo zaten we gister met z’n allen op het open water. We gingen aan boord in dorp X en voeren naar plaats Y, alwaar we de stoomboot opwachtten. Al gauw kregen we een paar pieten in het vizier en meerde de stoomboot aan. Naast onze botter.

Daarna (achter)volgden we de Sint en de Pieten per boot terug naar dorp X. Lizzy lag al die tijd op de plecht en hield de Goedheiligman goed in de gaten. Annabel vond het een beetje koud, dus die was in ‘t vooronder gedoken. Echter wanneer de pieten vanaf hun boot snoep naar ons toegooiden, was ze niet te beroerd haar neus te laten zien.

Hieronder volgt een fotoverslagje waarvan de beelden voor zich spreken. Rest me nog even een onderschrift te geven bij de laatste foto: “Zo,” zei Paul tegen Lizzy. “Sta jij op de foto met een echte Piet!” Waarop Lizzy opmerkte dat ze zich afvroeg of het wel een ‘echte’ was. Want: “Volgens mij was deze geschminkt.”

Kermisbuks

Paul is in de gloria.

Hij heeft – via dezelfde veilingsite als waar het marmer vandaan komt – twee kermisbuksen gekocht. Kermisbuksen. Ja, u leest het goed. Kermisbuksen.

“En wat wil je met die kermisbuksen gaan doen?” vroeg ik gisteravond. “Zeker schietwedstrijdjes in de kelder houden met A.?” Paul knikte afwezig. “Misschien,” zei hij. “Maar het is gewoon gaaf om te hebben.” Aha. Gewoon gaaf om te hebben. Typisch een mannenantwoord.

“Eigenlijk wel handig, die kermisbuksen,” probeerde ik hem uit zijn (schiet) tent te lokken. “Kan ik mooi op al die schijtende buurtkatten schieten.” Ik grinnikte bij de gedachte van een uit het raam hangende Esther die als een sluipschutter op alles wat snorharen had mikte. “Moet je doen, dan ga ik op de kuif van Tuffy oefenen,” zei Paul.

Afijn. Volgende week gaat hij de kermisbuksen halen. Hij heeft er al een plekje voor gevonden in De Mannenzaal (zoals de kelder tegenwoordig heet). Het zoeken beperkt zich nu tot munitie en schietdoelen. Van die ijzeren poppetjes die omklappen als ze geraakt worden. Ik wilde hem nog vragen of hij nou ook zo’n groen vilten hoedje met een veer erop ging kopen, maar ik heb me ingehouden.

Want als je het, qua kleurtjes en blingbling, zélf al niet slecht doet als kermisattractie, zit je met zo’n buks (en targetzoekende man) redelijk in de gevarenzone. Lijkt me.